Over identiteit, veranderen en het lastig vinden om een versie van jezelf los te laten
De afgelopen jaren heb ik mezelf vaak gezien als reiziger.
Sinds 2018 ben ik weer veel op pad gegaan. Nieuwe landen, nieuwe ervaringen, onderweg zijn. Vanaf 2022 kwam daar nog iets bij: het begeleiden van avontuurlijke fietsreizen.
Dat paste bij mij.
Vrijheid.
Avontuur.
Zelfstandigheid.
Niet te lang op dezelfde plek blijven.
En eerlijk is eerlijk: ik vond het beeld ook wel mooi.
De reiziger.
Het klinkt toch net iets interessanter dan: iemand die graag thuis is.
Maar de laatste tijd merk ik dat er iets verandert.
Ik heb een thuis gevonden
Sinds ik Ineke heb ontmoet en we samenwonen, voelt thuis anders.
Niet meer alleen als de plek waar ik tussen twee reizen mijn spullen neerleg.
Ik wil er daadwerkelijk zijn.
Samen eten.
Samen wakker worden.
Mijn eigen spullen om me heen.
Mijn fiets in de schuur.
Mijn gewone leven.
En daardoor voelt weggaan ook anders.
Waar ik vroeger vooral keek naar wat een reis me zou brengen, voel ik nu sterker wat ik ervoor achterlaat.
Dat vind ik een interessante verschuiving.
Niet omdat ik reizen ineens niet meer leuk vind.
Maar omdat thuis aantrekkelijker is geworden.
En dan begint het te schuren
Tegelijkertijd ben ik nog steeds gehecht aan het beeld van mezelf als reiziger.
Dat is misschien wel het lastigste deel.
Want stel dat ik minder ga reizen.
Ben ik dan minder avontuurlijk?
Minder vrij?
Minder interessant?
Word ik dan iemand die vroeger veel reisde?
Er zit blijkbaar verschil tussen wat ik wil doen en wie ik denk dat ik ben.
En soms houden we gedrag langer vol omdat het bij onze identiteit past dan omdat we er werkelijk nog plezier aan beleven.
Dat vind ik confronterend.
Identiteit is handig, totdat ze je gaat vertellen wat je moet doen
We hebben allemaal verhalen over onszelf.
Ik ben sportief.
Ik ben ondernemer.
Ik ben onafhankelijk.
Ik ben een doorzetter.
Ik ben reiziger.
Zo’n identiteit geeft richting.
Je hoeft niet iedere keer opnieuw te bedenken wie je bent.
Maar er zit ook een risico in.
Op een gegeven moment kan een identiteit veranderen van een beschrijving in een verplichting.
Ik ben een reiziger.
Dus moet ik reizen.
Ik ben avontuurlijk.
Dus moet ik ja zeggen tegen dat volgende avontuur.
Terwijl er misschien ergens een zachtere stem zegt:
Eigenlijk heb ik helemaal geen zin om weer in dat vliegtuig te stappen.
Welke stem moet je dan serieus nemen?
Hou ik hiervan, of hou ik van het beeld ervan?
Dat is misschien een ongemakkelijke maar nuttige vraag.
Vind ik dit nog werkelijk leuk, of vind ik vooral leuk dat dit bij mijn beeld van mezelf past?
Ik denk dat die vraag veel breder toepasbaar is.
Werk.
Sport.
Relaties.
Status.
De dingen waarmee we ons omringen.
We kunnen jarenlang iets nastreven omdat we ooit hebben besloten dat het bij ons hoort.
En ondertussen verandert degene die het besluit ooit nam.
Je hoeft niet meteen te weten wie je nu bent
Daar zit voor mij misschien de grootste uitdaging.
Als ik het etiket reiziger losser laat, wat komt ervoor terug?
Ik weet het niet.
En mijn neiging is dan al snel om een nieuw etiket te zoeken.
Maar misschien hoeft dat niet.
Misschien zit er juist iets waardevols in die tussenruimte.
Niet meer helemaal wie je was.
Nog niet weten wie je wordt.
Dat kan ongemakkelijk voelen.
Maar je hoeft een oude identiteit niet in stand te houden totdat je een nieuwe hebt gevonden.
Je mag ook een tijdje gewoon Adri zijn.
Zonder functietitel.
Misschien verdwijnt de reiziger helemaal niet
Want waarschijnlijk is het ook niet zo zwart-wit.
Ik hoef niet te kiezen tussen:
ik ben reiziger
en
ik reis niet meer.
Misschien verandert alleen wat reizen voor mij betekent.
Minder vliegen.
Minder vaak weg.
Minder reizen omdat ik vind dat dat bij mij hoort.
En juist meer reizen waar ik echt zin in heb.
Een paar dagen vanuit huis op de fiets vertrekken.
Samen weg.
Langzamer reizen.
Langer ergens blijven.
Misschien verdwijnt de reiziger dus niet.
Misschien wordt hij selectiever.
Laat je gedrag je identiteit bijwerken
Daar zit voor mij ook het advies.
Probeer niet eerst te bedenken wie je voortaan moet zijn.
Kijk liever naar wat je werkelijk wilt doen.
Waar krijg je energie van?
Waar kijk je naar uit?
Waar voel je weerstand?
Wat zou je kiezen als niemand wist welke keuze je maakte?
En laat je identiteit daarna maar volgen.
Want misschien is identiteit helemaal niet bedoeld als een contract voor de rest van je leven.
Misschien is het gewoon een verhaal dat af en toe herschreven mag worden.
Ik heb jarenlang met plezier kunnen zeggen:
Ik ben reiziger.
Misschien hoef ik daar nu niets anders tegenover te zetten.
Misschien is het voorlopig genoeg om te zeggen:
Ik heb veel gereisd. Reizen hoort bij mij. Maar ik hoef niet meer weg om te bewijzen wie ik ben.