Ouder worden is ook anders leren leven

Over accepteren dat je lichaam verandert, terwijl je nog volop wilt leven

Ik ben 63.

En de laatste jaren merk ik steeds duidelijker dat ik in een andere fase van mijn leven terechtkom.

Niet dramatisch.

Wel onmiskenbaar.

Mijn lichaam doet niet meer alles vanzelf.

Waar ik vroeger na een zware inspanning gewoon doorging, moet ik nu beter nadenken over herstel. Mobiliteit. Slaap. Belastbaarheid. Consistentie.

Niet omdat ik ineens oud ben.

Maar wel omdat mijn lichaam minder makkelijk vergeeft.

Harder is niet meer beter

Ik ben altijd fysiek bezig geweest.

Fietsen.

Sporten.

Reizen.

Buiten zijn.

Mijn lichaam gebruiken was vanzelfsprekend.

En ergens dacht ik lange tijd dat fitter worden vooral betekende: meer doen, harder trainen, jezelf uitdagen.

Dat werkt nog steeds.

Maar niet meer op dezelfde manier.

Ik moet slimmer trainen.

Beter herstellen.

Meer aandacht besteden aan mobiliteit.

Niet drie weken fanatiek zijn en daarna twee weken niets, maar juist consistent blijven.

Dat vraagt iets van me.

Niet alleen fysiek.

Ook mentaal.

Want aanpassen voelt soms verdacht veel als toegeven dat iets niet meer kan zoals vroeger.

Terwijl het misschien helemaal geen achteruitgang is.

Misschien is het gewoon een andere manier van goed voor jezelf zorgen.

Tijd krijgt een andere betekenis

Er verandert nog iets als je ouder wordt.

Tijd wordt concreter.

Als je 30 bent, ligt het grootste deel van je leven gevoelsmatig nog voor je.

Op mijn 63e weet ik dat ruim twee derde waarschijnlijk achter me ligt.

Dat is geen sombere gedachte.

Maar wel een confronterende.

Mijn tijd is niet onbeperkt.

Er komt geen eindeloze reeks nieuwe decennia meer achteraan waarin ik alles wat ik nu uitstel alsnog kan doen.

Dat besef maakt sommige dingen minder belangrijk.

En andere juist veel belangrijker.

Ik hoef niet meer alles

Het bijzondere is dat ouder worden mij niet alleen confronteert met wat voorbijgaat.

Het brengt ook tevredenheid.

Als ik terugkijk, heb ik ontzettend veel gedaan wat ik wilde doen.

Gereisd.

Avonturen beleefd.

Ondernomen.

Gesport.

Liefgehad.

Risico’s genomen.

Soms verkeerde keuzes gemaakt.

Ook dat hoort erbij.

Ik heb niet het gevoel dat mijn echte leven nog moet beginnen.

Dat geeft rust.

Er hoeft niet per se nóg meer.

Maar ik wil wel bewust omgaan met wat er nog is.

Gezond oud worden is iets anders dan jong blijven

Ik heb geen behoefte om koste wat kost jong te blijven.

Dat gevecht lijkt me tamelijk kansloos.

Wat ik wel wil, is zo lang mogelijk goed kunnen leven.

Sterk blijven.

Kunnen fietsen.

Lopen.

Reizen.

Zelfstandig zijn.

Mijn lichaam kunnen vertrouwen.

En daarvoor moet ik nu investeren.

Niet pas als het misgaat.

Dat betekent krachttraining.

Conditie.

Mobiliteit.

Goed eten.

Herstel.

Maar ook relaties onderhouden, nieuwsgierig blijven en dingen blijven doen waar ik energie van krijg.

Gezond ouder worden gaat voor mij steeds minder over hoeveel jaren ik nog heb.

En steeds meer over hoeveel leven er in die jaren zit.

Wat wil ik met de tijd die er nog is?

Misschien is dat de vraag die belangrijker wordt naarmate ik ouder word.

Niet:

Hoeveel tijd heb ik nog?

Dat weet niemand.

Maar:

Hoe wil ik de tijd gebruiken die ik waarschijnlijk nog krijg?

Met wie wil ik die doorbrengen?

Waar wil ik mijn energie aan geven?

Wat wil ik nog ervaren?

Wat mag ik eindelijk loslaten?

En welke dingen verdienen juist méér aandacht?

Ik merk dat ik daar bewuster over nadenk dan vroeger.

Niet vanuit angst voor de dood.

Meer vanuit waardering voor het leven.

Ouder worden vraagt ook loslaten

Ik zal moeten accepteren dat sommige dingen veranderen.

Dat herstel langer duurt.

Dat ik niet onbeperkt belastbaar ben.

Dat mijn lichaam grenzen heeft die vroeger verder weg lagen.

Maar acceptatie betekent voor mij niet berusten.

Het betekent de werkelijkheid serieus nemen en daar vervolgens zo goed mogelijk mee omgaan.

Niet blijven trainen alsof ik 35 ben.

Maar zorgen dat ik op mijn 73e nog steeds zoveel mogelijk kan doen wat ik belangrijk vind.

Misschien is dat wel de uitdaging van ouder worden.

Niet krampachtig vasthouden aan wie je was.

Maar blijven investeren in wie je nog kunt zijn.

Ik heb veel van mijn leven achter me.

Daar voel ik geen verdriet over.

Vooral dankbaarheid.

En juist daarom wil ik zorgvuldig omgaan met wat er nog voor me ligt.

Niet om mijn leven eindeloos te rekken.

Maar om het zo lang mogelijk goed te kunnen blijven leven.