De 80/20-regel – Minder doen, meer leven

Meer doen.

We lijken er bijna allemaal last van te hebben.

Meer werken. Meer sporten. Meer plannen. Meer sociale contacten. Meer doelen. Meer spullen. Meer informatie.

En als iets niet lukt?

Dan proberen we vaak nóg meer te doen.

Ik heb zelf steeds meer ontdekt dat de oplossing meestal niet zit in meer.

Maar in beter kiezen.

Daarbij vind ik de 80/20-regel een interessante manier om naar mijn leven te kijken.

Wat is de 80/20-regel?

De 80/20-regel wordt ook wel het Pareto-principe genoemd.

Het idee is eenvoudig: een relatief klein deel van wat je doet, zorgt vaak voor een groot deel van het resultaat.

Die verhouding hoeft natuurlijk niet letterlijk 80/20 te zijn.

Daar gaat het mij ook niet om.

Het interessante zit in de vraag erachter:

Welke dingen in mijn leven doen er werkelijk toe?

Want als je daar eerlijk naar kijkt, blijken dat er vaak verrassend weinig te zijn.

We vullen ons leven gemakkelijk met bijzaken

Een dag kan ontzettend druk zijn zonder dat je aan het einde het gevoel hebt dat je iets wezenlijks hebt gedaan.

Mail beantwoorden.

Nieuws lezen.

Social media.

Administratie.

Boodschappen.

Nog even iets opzoeken.

Een afspraak waar je eigenlijk geen zin in hebt.

Voor je het weet is de dag voorbij.

En het gekke is: al die dingen kunnen op dat moment belangrijk voelen.

Maar zijn ze dat ook?

Dat onderscheid ben ik steeds interessanter gaan vinden.

Niet:

Wat kan ik vandaag allemaal doen?

Maar:

Wat maakt vandaag werkelijk verschil?

Niet alles verdient evenveel aandacht

We behandelen onze activiteiten vaak alsof ze allemaal ongeveer even belangrijk zijn.

Maar dat zijn ze niet.

Een goed gesprek met iemand van wie je houdt kan waardevoller zijn dan tien oppervlakkige contacten.

Een uur geconcentreerd werken kan meer opleveren dan een hele dag achter je computer zitten.

Een paar goede gewoontes kunnen meer voor je gezondheid betekenen dan twintig kleine optimalisaties.

En één beslissing kan soms meer veranderen dan maandenlang nadenken.

Toch besteden we ontzettend veel tijd aan die andere 80 procent.

Misschien omdat die gemakkelijker is.

Kleine dingen afvinken geeft een prettig gevoel.

Je bent bezig.

Maar bezig zijn is niet hetzelfde als vooruitgaan.

De 80/20-regel gaat ook over energie

Ik kijk daarbij niet alleen naar resultaat.

Ik vind energie minstens zo interessant.

Welke mensen geven mij energie?

Van welk werk krijg ik energie?

Welke activiteiten zorgen ervoor dat ik me levendig voel?

Waar word ik nieuwsgierig van?

En andersom:

Waar loopt mijn energie voortdurend weg?

Dat zijn confronterende vragen.

Want soms ontdek je dat iets waar je veel tijd aan besteedt, eigenlijk maar heel weinig toevoegt.

Misschien zelfs al jaren.

Dan wordt de 80/20-regel ineens meer dan een trucje om productiever te worden.

Het wordt een manier om naar je leven te kijken.

Wat mag er weg?

We zijn gewend om bij verandering vooral te denken aan toevoegen.

Een nieuwe gewoonte.

Een nieuwe cursus.

Een nieuw doel.

Een nieuwe uitdaging.

Maar misschien is een veel interessantere vraag:

Waar kan ik mee stoppen?

Wat doe ik uit gewoonte?

Wat doe ik omdat anderen het van mij verwachten?

Wat houd ik in stand terwijl ik diep van binnen allang weet dat het me weinig meer brengt?

Dat kan iets kleins zijn.

Maar soms is het iets groots.

Werk.

Een rol die je jezelf hebt aangemeten.

Een manier van leven.

Een overtuiging over hoe je leven eruit zou moeten zien.

Loslaten creëert ruimte.

En pas als er ruimte ontstaat, kan er iets nieuws ontstaan.

Minder, maar beter

Voor mij betekent de 80/20-regel daarom niet dat ik zo efficiënt mogelijk door mijn leven wil racen.

Juist niet.

Ik wil niet méér uit een dag persen.

Ik wil meer ruimte overhouden voor de dingen die ertoe doen.

Voor mensen.

Voor bewegen.

Voor buiten zijn.

Voor een goed gesprek.

Voor nieuwe ervaringen.

En soms gewoon voor helemaal niets.

Want ook nietsdoen hoeft niet productief te zijn.

Misschien is dat uiteindelijk de grootste winst van 80/20:

dat je niet probeert alles te doen.

Maar bewust kiest wat je wél wilt doen.

Kijk eens naar je eigen 20 procent

Stel jezelf eens een paar vragen.

Welke 20 procent van je werk geeft je de meeste voldoening?

Welke mensen betekenen werkelijk iets voor je?

Welke activiteiten maken je gelukkig?

Welke gewoontes hebben de grootste positieve invloed op hoe je je voelt?

En misschien de moeilijkste:

Aan welke 80 procent besteed je ontzettend veel tijd, terwijl het je eigenlijk maar weinig brengt?

Je hoeft daar niet meteen drastische conclusies aan te verbinden.

Begin eens met kijken.

Met schrappen.

Met nee zeggen.

Met één ding minder doen.

En gebruik de ruimte die ontstaat niet automatisch om er iets nieuws voor in de plaats te zetten.

Laat die ruimte eens bestaan.

Want een rijk leven ontstaat volgens mij niet doordat je zoveel mogelijk in je leven stopt.

Het ontstaat doordat je steeds beter ontdekt wat voor jou werkelijk van waarde is.

Minder doen. Bewuster kiezen. Meer leven.