Ik hou ervan als dingen goed zijn.
Sterker nog: ik vind het moeilijk om iets af te leveren waarvan ik weet dat het nóg beter kan.
Nog even aanpassen.
Nog één keer nalezen.
Misschien toch een andere aanpak.
Dat streven naar kwaliteit heeft me veel gebracht. Maar het is ook een valkuil.
Want wanneer is iets eigenlijk af?
Van een 8 naar een 10
Ik heb lang de neiging gehad om voor een 10 te gaan.
Waarom genoegen nemen met een 8 als je weet dat er meer in zit?
Het probleem is alleen dat de weg van een 8 naar een 10 vaak minstens zoveel tijd en energie kost als de weg van niets naar een 8.
En dan wordt de rekensom ineens interessant.
In de tijd waarin ik één ding van een 8 naar een 10 probeer te krijgen, had ik misschien ook iets compleet nieuws kunnen maken dat óók een 8 is.
Twee goede dingen.
In plaats van één bijna perfect ding.
Die gedachte heeft mijn kijk op perfectionisme behoorlijk veranderd.
Perfectionisme vermomt zich graag als kwaliteit
Dat maakt perfectionisme zo verraderlijk.
Het klinkt namelijk heel verantwoord.
“Ik wil gewoon goed werk leveren.”
En daar is natuurlijk niets mis mee.
Maar soms is dat niet het hele verhaal.
Soms is perfectionisme ook uitstel.
Twijfel.
De behoefte aan controle.
Of de angst dat iemand iets van je werk vindt zodra je het loslaat.
Zolang iets niet af is, kan het immers ook nog niet echt beoordeeld worden.
Dus blijf je schaven.
En schaven.
Terwijl het misschien allang goed genoeg was.
Goed genoeg is niet hetzelfde als middelmatig
Dat heb ik zelf moeten leren.
Een 8 afleveren voelde soms alsof ik genoegen nam met minder.
Maar een bewuste 8 is iets heel anders dan half werk leveren.
Een 8 kan uitstekend zijn.
Degelijk.
Professioneel.
Waardevol.
Precies goed voor wat op dat moment nodig is.
De vraag is dus niet altijd:
Kan dit nog beter?
Want het antwoord daarop is bijna altijd ja.
De veel belangrijkere vraag is:
Moet dit nog beter?
Soms is een 10 wél nodig
Natuurlijk pleit ik niet voor een leven vol zesjes.
Er zijn dingen waarbij details ertoe doen. Waarbij fouten grote gevolgen kunnen hebben. Waarbij vakmanschap juist betekent dat je doorgaat totdat het echt klopt.
En er zijn dingen die voor jou persoonlijk zo belangrijk zijn dat je er met liefde buitensporig veel tijd in stopt.
Prima.
Ga voor die 10.
Maar doe het bewust.
Want als alles een 10 moet zijn, wordt perfectionisme geen kwaliteitsstandaard meer.
Dan wordt het een manier van leven.
En dat kost ontzettend veel energie.
De kunst van iets afmaken
Er zit iets bevrijdends in besluiten:
Dit is goed.
Punt.
Niet omdat er niets meer aan verbeterd kan worden.
Maar omdat verdere verbetering op dit moment niet genoeg toevoegt.
Daarvoor moet je iets kunnen loslaten.
Je eigen verwachtingen.
Je behoefte aan controle.
En misschien ook het idee dat wat jij maakt iets zegt over wie jij bent.
Een fout maakt jou niet minder goed.
Een project dat een 8 is, maakt jou geen 8.
Het is gewoon iets wat je hebt gemaakt.
En nu mag het de wereld in.
Klaar creëert ruimte
Dat is misschien wel wat ik het belangrijkste ben gaan vinden.
Iets afmaken geeft ruimte.
Letterlijk, omdat het van je lijstje verdwijnt.
Maar vooral in je hoofd.
Je kunt verder.
Iets nieuws proberen.
Een idee uitvoeren.
Ervaren wat werkt en wat niet werkt.
En juist daarin zit ontwikkeling.
Want van tien dingen daadwerkelijk doen leer je waarschijnlijk meer dan van één ding eindeloos perfectioneren.
Misschien wordt nummer elf daardoor vanzelf een 9.
Mijn nieuwe maatstaf
Ik probeer mezelf daarom tegenwoordig een andere vraag te stellen.
Niet:
Is het perfect?
Maar:
Is het goed genoeg voor het doel waarvoor ik het maak?
Als het antwoord ja is, probeer ik het los te laten.
Dat lukt me lang niet altijd.
De neiging om toch nog even iets aan te passen zit er nog steeds.
Maar ik herken hem eerder.
En steeds vaker denk ik:
Het is een 8.
Het doet wat het moet doen.
Klaar.
Op naar de volgende 8.