Geef je brein niet ieder probleem cadeau

Waarom een hoofd zonder richting soms zelf iets vindt om zich druk over te maken

Soms heb ik van die periodes waarin er eigenlijk niet zoveel aan de hand is.

Geen grote crisis.

Geen acute problemen.

Niets wat onmiddellijk opgelost moet worden.

En toch begint mijn hoofd te draaien.

Een pijntje krijgt ineens veel aandacht.

Een gesprek van gisteren wordt opnieuw afgespeeld.

Een kleine onzekerheid over morgen groeit uit tot vijf mogelijke scenario’s.

En voor ik het weet heb ik een probleem.

Of beter gezegd:

mijn brein heeft er één gevonden.

Je hoofd staat niet zomaar uit

Ons brein is niet gemaakt om leeg op de bank te zitten en te zeggen:

Mooi. Vandaag even niets.

Zodra onze aandacht niet ergens anders voor nodig is, begint ons hoofd vanzelf te associëren.

We denken terug.

Kijken vooruit.

Voeren denkbeeldige gesprekken.

Bedenken wat er allemaal zou kunnen gebeuren.

Dat is niet verkeerd.

Sterker nog, daar ontstaan ook ideeën, creativiteit en inzichten.

Maar dezelfde capaciteit waarmee je een mooi plan kunt bedenken, kan ook een probleem construeren dat vijf minuten daarvoor nauwelijks bestond.

Dat herken ik.

Van één gedachte naar een compleet verhaal

Het begint vaak klein.

Mijn knie voelt vandaag wat vreemd.

Dat is een observatie.

Maar mijn hoofd kan daar vervolgens prima mee aan de slag.

Het duurt nu wel erg lang.

Waarom herstelt het niet sneller?

Straks kan ik niet meer goed fietsen.

Misschien wordt het wel chronisch.

Binnen vijf minuten ben ik van een vreemde sensatie in mijn knie naar een toekomst gegaan waarin ik nooit meer fatsoenlijk op een fiets zit.

Terwijl er feitelijk maar één ding gebeurd is:

mijn knie voelde even vreemd.

Mijn brein heeft de rest geschreven.

Denken voelt vaak als iets doen

Dat vind ik een interessante valkuil.

Piekeren voelt namelijk actief.

Je bent met het probleem bezig.

Je onderzoekt het.

Probeert het te begrijpen.

Zoekt naar een oplossing.

Daardoor kan het voelen alsof al dat denken nuttig is.

Maar er is een belangrijk verschil tussen nadenken en ronddenken.

Nadenken brengt je ergens.

Je verzamelt informatie, neemt een besluit of zet een stap.

Ronddenken brengt je steeds terug naar hetzelfde punt.

Alleen iets vermoeider.

Misschien heeft je hoofd iets anders nodig

Ik ben daarom voorzichtig geworden met ieder probleem serieus nemen dat zich in mijn hoofd aandient.

Soms is er werkelijk iets om over na te denken.

Dan moet ik dat vooral doen.

Maar soms heb ik geen beter antwoord nodig.

Dan moet ik naar buiten.

Een stuk lopen.

Werken.

Fietsen.

Koken.

Iemand bellen.

Iets maken.

Mijn aandacht weer richten op de wereld buiten mijn hoofd.

En opvallend vaak ziet hetzelfde probleem er een paar uur later heel anders uit.

Niet omdat het opgelost is.

Maar omdat het weer de juiste omvang heeft gekregen.

Maar vul niet iedere stilte

Daar zit tegelijkertijd een paradox.

De oplossing is niet dat we ieder leeg moment moeten vullen.

Telefoon pakken.

Podcast aan.

Televisie aan.

Altijd maar prikkels.

Want juist in rust ontstaat ook iets waardevols.

Een idee.

Een inzicht.

Een gevoel dat eindelijk even gehoord wordt.

De kunst is volgens mij niet om nooit alleen met je gedachten te zijn.

De kunst is herkennen wanneer denken nog iets oplevert en wanneer je hoofd alleen maar rondjes rijdt.

Dat verschil voel je meestal best goed.

Is dit een echt probleem?

Ik probeer mezelf daarom soms een eenvoudige vraag te stellen:

Is er op dit moment werkelijk iets dat ik moet doen?

Als het antwoord ja is:

doe het.

Bel iemand.

Maak een afspraak.

Neem een besluit.

Schrijf iets op.

Zet een stap.

Maar als het antwoord nee is, dan hoef ik het probleem misschien ook niet nog twee uur in mijn hoofd rond te dragen.

Dan mag het even weg.

Je hoeft niet iedere gedachte te volgen

Misschien is dat uiteindelijk wat ik steeds meer probeer te leren.

Mijn brein produceert de hele dag gedachten.

Sommige zijn slim.

Sommige zijn nuttig.

Sommige zijn grappig.

En sommige zijn totale onzin.

Ik hoef ze niet allemaal serieus te nemen.

Een gedachte is nog geen feit.

Een zorg is nog geen probleem.

En een mogelijkheid is nog geen werkelijkheid.

Soms is het beste wat ik met een gedachte kan doen:

haar opmerken.

Even aankijken.

En vervolgens gewoon doorgaan met mijn dag.

Want als je je brein lang genoeg zijn gang laat gaan, vindt het altijd wel iets om zich druk over te maken.

Dat betekent nog niet dat jij mee hoeft te doen.