Tussen wat was en wat komt

Waarom een nieuwe levensfase soms pas kan ontstaan als je de leegte durft toe te laten

Er zijn momenten waarop je voelt dat een fase van je leven voorbij is.

Werk dat niet meer past.

Een rol waarin je jezelf niet langer herkent.

Een doel waar je jarenlang naartoe hebt gewerkt, maar dat zijn betekenis heeft verloren.

Een manier van leven die ooit goed voelde, maar nu vooral energie kost.

Soms kies je er zelf voor om zo’n fase af te sluiten.

Soms kiest het leven voor jou.

Maar hoe het einde ook ontstaat, we willen daarna vaak zo snel mogelijk weer verder.

Een nieuw plan.

Een nieuw doel.

Een nieuwe richting.

Alles om maar niet te lang stil te hoeven staan in de ruimte die is ontstaan.

Dat herken ik uit mijn eigen leven.

Ook ik wilde soms sneller door dan goed voor mij was.

Ik had iets losgelaten en vond dat ik nu moest weten wat ervoor in de plaats zou komen.

Maar juist dat moeten riep weerstand op.

Het ongemak van de tussenfase

Een transitie is meer dan een verandering.

Bij een verandering weet je vaak redelijk goed wat er gebeurt. Je begint aan een nieuwe baan, verhuist naar een andere plek of start met een opleiding.

Een transitie speelt zich vooral vanbinnen af.

Je oude identiteit past niet meer helemaal, terwijl de nieuwe nog niet is gevormd.

Je weet wat je achterlaat, maar nog niet wie je aan het worden bent.

Dat is een ongemakkelijke positie.

We zijn gewend onszelf te omschrijven aan de hand van wat we doen.

Ons werk.

Onze relaties.

Onze verantwoordelijkheden.

Onze plannen.

Maar wat blijft er over wanneer een deel daarvan wegvalt?

Wie ben je als het oude verhaal niet meer klopt en het nieuwe verhaal nog niet geschreven is?

Te snel weer door

Mijn eerste neiging was om de ontstane ruimte zo snel mogelijk op te vullen.

Ik ging zoeken.

Nadenken.

Mogelijkheden onderzoeken.

Plannen maken.

Dat leek actief en verstandig.

Maar onder die activiteit zat ook onrust.

De leegte voelde niet prettig. Alsof ik stilstond. Alsof ik tijd verspilde. Alsof er iets mis was zolang ik geen nieuwe bestemming had gekozen.

Hoe harder ik probeerde een antwoord te vinden, hoe verder het antwoord van me af leek te raken.

Er ontstond weerstand.

Niet omdat er niets nieuws mogelijk was.

Maar omdat ik iets probeerde af te dwingen wat tijd nodig had.

Loslaten is niet hetzelfde als achterlaten

We kunnen iets praktisch beëindigen zonder het werkelijk los te laten.

Je kunt stoppen met een baan, maar jezelf nog steeds beoordelen op basis van de status die eraan verbonden was.

Je kunt een relatie beëindigen, maar in gedachten gesprekken blijven voeren die nooit meer zullen plaatsvinden.

Je kunt afscheid nemen van een oude droom, maar jezelf blijven verwijten dat je hem niet hebt waargemaakt.

Loslaten betekent daarom niet dat iets nooit belangrijk is geweest.

Het betekent ook niet dat je er geen verdriet, teleurstelling of twijfel meer over mag voelen.

Loslaten betekent erkennen dat iets zijn tijd heeft gehad.

Dat het onderdeel van je leven mag blijven zonder de richting van je leven te blijven bepalen.

Daarvoor is acceptatie nodig.

Niet de passieve acceptatie van: het zal allemaal wel.

Maar de eerlijke erkenning:

Dit is waar ik nu ben.

De leegte wil niet meteen gevuld worden

Wanneer het oude verdwijnt, ontstaat er een vacuüm.

En een vacuüm roept spanning op.

We willen het vullen.

Met werk.

Met plannen.

Met afleiding.

Met een nieuwe relatie.

Met een volgend project.

Soms zelfs met een nieuwe versie van onszelf.

Maar misschien hoeft die leegte niet onmiddellijk opgelost te worden.

Misschien heeft ze een functie.

In de leegte kunnen oude overtuigingen hun vanzelfsprekendheid verliezen.

Je kunt ontdekken welke verlangens werkelijk van jou zijn en welke vooral verbonden waren aan verwachtingen van anderen.

Je merkt wat je mist.

Maar ook wat je helemaal niet mist.

Langzaam ontstaat er ruimte voor iets wat je vooraf niet had kunnen bedenken.

Niet ondanks het vacuüm.

Maar dankzij het vacuüm.

Een lege akker is niet nutteloos

We beoordelen een periode vaak op wat ze zichtbaar oplevert.

Resultaten.

Besluiten.

Vooruitgang.

Maar niet iedere belangrijke ontwikkeling is direct zichtbaar.

Een akker die een seizoen braak ligt, lijkt van buiten misschien ongebruikt.

Toch gebeurt er iets.

De bodem herstelt.

Er ontstaat opnieuw vruchtbaarheid.

Niet alles hoeft voortdurend te produceren om waardevol te zijn.

Dat geldt misschien ook voor mensen.

Een periode waarin je niet precies weet wat je wilt, is niet automatisch een verloren periode.

Misschien ben je niet verdwaald.

Misschien ben je aan het loskomen van een richting die niet langer bij je past.

Het nieuwe laat zich niet bevelen

Een nieuwe levensfase ontstaat zelden op commando.

Je kunt jezelf niet dwingen om ergens enthousiast over te zijn.

Je kunt geen betekenis produceren omdat er toevallig ruimte in je agenda is ontstaan.

En je kunt niet besluiten dat je vanaf maandag precies weet hoe de rest van je leven eruit moet zien.

Wat je wel kunt doen, is aandachtig blijven.

Waar ontstaat beweging?

Waar voel je nieuwsgierigheid?

Wat geeft een klein beetje energie?

Welk gesprek blijft bij je hangen?

Welke gedachte komt steeds terug zonder dat je haar bewust oproept?

Misschien begint het nieuwe niet met een groot inzicht.

Misschien begint het met iets kleins.

Een ontmoeting.

Een idee.

Een eerste stap waarvan je nog niet weet waar die toe leidt.

Accepteren is niet opgeven

Accepteren dat je het even niet weet, betekent niet dat je je leven opgeeft.

Het betekent dat je stopt met vechten tegen de fase waarin je je bevindt.

Dat kan juist veel energie vrijmaken.

Zolang je vindt dat je al verder had moeten zijn, ben je voortdurend in conflict met de werkelijkheid.

Je bent niet alleen zoekende.

Je veroordeelt jezelf ook nog omdat je zoekende bent.

Pas wanneer dat oordeel zachter wordt, ontstaat er ruimte om werkelijk te kijken.

Niet naar wat je denkt te moeten willen.

Maar naar wat er langzaam wil ontstaan.

Niet alles hoeft meteen betekenis te hebben

Achteraf kunnen we vaak een duidelijk verhaal maken van een overgang.

We zeggen:

Dat moest blijkbaar gebeuren.

Of:

Daardoor ben ik uiteindelijk hier terechtgekomen.

Maar midden in zo’n periode voelt het zelden zo overzichtelijk.

Dan is er vooral onzekerheid.

Misschien verdriet.

Soms verveling.

En de vraag hoe lang dit nog gaat duren.

Niet iedere dag in een transitie hoeft daarom betekenisvol te voelen.

Je hoeft niet voortdurend lessen te trekken.

Je hoeft niet van ieder verlies onmiddellijk groei te maken.

Soms is iets gewoon voorbij.

En soms weet je nog niet wat ervoor terugkomt.

Dat mag ook waar zijn.

Ruimte voor wat je nog niet kent

Ik heb geleerd dat ik niet iedere leegte direct hoef te vullen.

Dat weerstand soms geen teken is dat ik harder moet duwen, maar dat ik te snel probeer te gaan.

Een transitie heeft zijn eigen tempo.

Eerst is er iets om los te laten.

Daarna een periode waarin er misschien weinig lijkt te gebeuren.

En pas dan kan er iets nieuws zichtbaar worden.

Niet altijd spectaculair.

Niet altijd in de vorm die je had verwacht.

Maar vaak wel passender bij wie je inmiddels bent geworden.

Misschien sta jij ook tussen twee fases in.

Je weet dat het oude niet meer werkt, maar je ziet het nieuwe nog niet.

Probeer die ruimte dan niet meteen als een probleem te behandelen.

Vraag jezelf niet alleen:

Wat moet ik nu gaan doen?

Maar ook:

Wat mag hier eerst tot rust komen?

Want soms ontstaat een nieuw leven niet doordat je harder zoekt.

Soms ontstaat het doordat je lang genoeg ruimte laat voor iets wat je nog niet kent.