Wat wil je dat ze over je zeggen?

Een confronterende oefening die verrassend veel duidelijk kan maken

Er is een coachingsoefening die ik al lang ken.

De opdracht is simpel:

Stel je voor dat je bent overleden. Wie zijn er op je begrafenis? En wat zeggen ze over jou?

Niet bepaald een luchtige vraag.

Maar wel een goede.

Niet omdat je uitgebreid over je eigen dood moet gaan nadenken.

Wel omdat deze oefening iets zichtbaar maakt waar we in het dagelijks leven gemakkelijk aan voorbijgaan:

Wat vind ik uiteindelijk echt belangrijk?

Wie staat daar?

Neem de tijd om het je werkelijk voor te stellen.

Wie zijn er?

Je partner.

Je kinderen.

Familie.

Vrienden.

Mensen met wie je hebt gewerkt.

Misschien mensen die je jarenlang niet meer hebt gezien, maar voor wie je toch iets hebt betekend.

En dan komt het belangrijkste deel.

Wat vertellen ze over jou?

Niet wat stond er op je cv.

Niet hoeveel geld je hebt verdiend.

Niet hoeveel volgers je had.

Maar wat herinneren ze zich?

Wat hoop je te horen?

Misschien zegt je kind:

“Hij was er voor me als ik hem nodig had.”

Een vriend:

“Met hem kon ik altijd lachen.”

Een oud-collega:

“Hij gaf me vertrouwen toen ik dat zelf niet had.”

Je partner:

“Bij hem kon ik gewoon mezelf zijn.”

Misschien hoop je dat mensen zeggen dat je moedig was.

Nieuwsgierig.

Betrouwbaar.

Liefdevol.

Eigenwijs.

Avontuurlijk.

Dat je niet alleen praatte over wat je belangrijk vond, maar er ook naar leefde.

De woorden die je hoopt te horen, zeggen waarschijnlijk veel over je waarden.

En dan wordt het interessant

Want daarna komt de ongemakkelijke vraag.

Als dit is hoe ik herinnerd wil worden, leef ik daar nu dan ook naar?

Als je wilt dat je kinderen later zeggen dat je er altijd voor ze was, hoeveel echte aandacht geef je ze dan nu?

Als je wilt dat mensen zich herinneren dat je genoot van het leven, hoeveel ruimte geef je plezier dan vandaag?

Als vrijheid belangrijk voor je is, waarom maak je dan zoveel keuzes uit angst?

Als verbinding belangrijk is, hoeveel tijd besteed je dan aan de mensen van wie je houdt?

Daar zit voor mij de kracht van deze oefening.

Niet in de begrafenis.

Maar in het verschil tussen hoe je wilt leven en hoe je daadwerkelijk leeft.

We meten vaak de verkeerde dingen

In het dagelijks leven letten we gemakkelijk op dingen die meetbaar zijn.

Inkomen.

Resultaten.

Gewicht.

Prestaties.

Werk.

Status.

Allemaal niet onbelangrijk.

Maar op een begrafenis hoor je zelden iemand zeggen:

“Hij had zijn administratie altijd perfect op orde.”

Of:

“Wat fantastisch dat hij nooit een training oversloeg.”

We herinneren mensen meestal om iets anders.

Hoe ze ons lieten voelen.

Of ze er waren.

Of ze hun leven durfden te leven.

Wat ze gaven.

Waar ze voor stonden.

Misschien zouden we daar tijdens ons leven wat vaker naar mogen kijken.

Niet om perfect te leven

Deze oefening is geen uitnodiging om van ieder moment iets betekenisvols te maken.

Dat lijkt me behoorlijk vermoeiend.

Je mag nog steeds op de bank hangen.

Een slechte dag hebben.

Een verkeerde keuze maken.

Mopperen.

Tijd verspillen.

Mens zijn.

Maar zo nu en dan uitzoomen helpt.

Want we kunnen jarenlang heel druk zijn zonder ons af te vragen of we eigenlijk bezig zijn met wat we belangrijk vinden.

Draai de oefening om

Als je eenmaal hebt opgeschreven wat je hoopt dat anderen later over je zeggen, draai de vraag dan om.

Niet:

Hoe wil ik herinnerd worden?

Maar:

Wat vraagt dat vandaag van mij?

Misschien helemaal niet zoveel.

Een telefoontje.

Meer aandacht tijdens een gesprek.

Een keuze eindelijk maken.

Iets uitspreken.

Een dag vrijhouden.

Vaker lachen.

Minder uitstellen wat je belangrijk vindt.

De grote woorden op je denkbeeldige begrafenis krijgen pas betekenis in de kleine keuzes van vandaag.

Je schrijft de speech nu al

Dat vind ik uiteindelijk het bijzondere van deze oefening.

Die mensen op je denkbeeldige begrafenis schrijven hun verhaal over jou niet pas wanneer je er niet meer bent.

Je schrijft het samen met hen.

Vandaag.

In hoe je liefhebt.

Hoe je werkt.

Hoe je aanwezig bent.

Waar je ja tegen zegt.

En waar je eindelijk nee tegen durft te zeggen.

Misschien is daarom de beste vraag niet:

“Wat wil ik nog bereiken?”

Maar af en toe gewoon:

Als mijn leven uiteindelijk ergens over mag gaan, waar wil ik dan dat het over gaat?

En vervolgens weer terug naar vandaag.

Want gelukkig ben je er nog.