Categorie: Uncategorized

  • Ouder worden is ook anders leren leven

    Over accepteren dat je lichaam verandert, terwijl je nog volop wilt leven

    Ik ben 63.

    En de laatste jaren merk ik steeds duidelijker dat ik in een andere fase van mijn leven terechtkom.

    Niet dramatisch.

    Wel onmiskenbaar.

    Mijn lichaam doet niet meer alles vanzelf.

    Waar ik vroeger na een zware inspanning gewoon doorging, moet ik nu beter nadenken over herstel. Mobiliteit. Slaap. Belastbaarheid. Consistentie.

    Niet omdat ik ineens oud ben.

    Maar wel omdat mijn lichaam minder makkelijk vergeeft.

    Harder is niet meer beter

    Ik ben altijd fysiek bezig geweest.

    Fietsen.

    Sporten.

    Reizen.

    Buiten zijn.

    Mijn lichaam gebruiken was vanzelfsprekend.

    En ergens dacht ik lange tijd dat fitter worden vooral betekende: meer doen, harder trainen, jezelf uitdagen.

    Dat werkt nog steeds.

    Maar niet meer op dezelfde manier.

    Ik moet slimmer trainen.

    Beter herstellen.

    Meer aandacht besteden aan mobiliteit.

    Niet drie weken fanatiek zijn en daarna twee weken niets, maar juist consistent blijven.

    Dat vraagt iets van me.

    Niet alleen fysiek.

    Ook mentaal.

    Want aanpassen voelt soms verdacht veel als toegeven dat iets niet meer kan zoals vroeger.

    Terwijl het misschien helemaal geen achteruitgang is.

    Misschien is het gewoon een andere manier van goed voor jezelf zorgen.

    Tijd krijgt een andere betekenis

    Er verandert nog iets als je ouder wordt.

    Tijd wordt concreter.

    Als je 30 bent, ligt het grootste deel van je leven gevoelsmatig nog voor je.

    Op mijn 63e weet ik dat ruim twee derde waarschijnlijk achter me ligt.

    Dat is geen sombere gedachte.

    Maar wel een confronterende.

    Mijn tijd is niet onbeperkt.

    Er komt geen eindeloze reeks nieuwe decennia meer achteraan waarin ik alles wat ik nu uitstel alsnog kan doen.

    Dat besef maakt sommige dingen minder belangrijk.

    En andere juist veel belangrijker.

    Ik hoef niet meer alles

    Het bijzondere is dat ouder worden mij niet alleen confronteert met wat voorbijgaat.

    Het brengt ook tevredenheid.

    Als ik terugkijk, heb ik ontzettend veel gedaan wat ik wilde doen.

    Gereisd.

    Avonturen beleefd.

    Ondernomen.

    Gesport.

    Liefgehad.

    Risico’s genomen.

    Soms verkeerde keuzes gemaakt.

    Ook dat hoort erbij.

    Ik heb niet het gevoel dat mijn echte leven nog moet beginnen.

    Dat geeft rust.

    Er hoeft niet per se nóg meer.

    Maar ik wil wel bewust omgaan met wat er nog is.

    Gezond oud worden is iets anders dan jong blijven

    Ik heb geen behoefte om koste wat kost jong te blijven.

    Dat gevecht lijkt me tamelijk kansloos.

    Wat ik wel wil, is zo lang mogelijk goed kunnen leven.

    Sterk blijven.

    Kunnen fietsen.

    Lopen.

    Reizen.

    Zelfstandig zijn.

    Mijn lichaam kunnen vertrouwen.

    En daarvoor moet ik nu investeren.

    Niet pas als het misgaat.

    Dat betekent krachttraining.

    Conditie.

    Mobiliteit.

    Goed eten.

    Herstel.

    Maar ook relaties onderhouden, nieuwsgierig blijven en dingen blijven doen waar ik energie van krijg.

    Gezond ouder worden gaat voor mij steeds minder over hoeveel jaren ik nog heb.

    En steeds meer over hoeveel leven er in die jaren zit.

    Wat wil ik met de tijd die er nog is?

    Misschien is dat de vraag die belangrijker wordt naarmate ik ouder word.

    Niet:

    Hoeveel tijd heb ik nog?

    Dat weet niemand.

    Maar:

    Hoe wil ik de tijd gebruiken die ik waarschijnlijk nog krijg?

    Met wie wil ik die doorbrengen?

    Waar wil ik mijn energie aan geven?

    Wat wil ik nog ervaren?

    Wat mag ik eindelijk loslaten?

    En welke dingen verdienen juist méér aandacht?

    Ik merk dat ik daar bewuster over nadenk dan vroeger.

    Niet vanuit angst voor de dood.

    Meer vanuit waardering voor het leven.

    Ouder worden vraagt ook loslaten

    Ik zal moeten accepteren dat sommige dingen veranderen.

    Dat herstel langer duurt.

    Dat ik niet onbeperkt belastbaar ben.

    Dat mijn lichaam grenzen heeft die vroeger verder weg lagen.

    Maar acceptatie betekent voor mij niet berusten.

    Het betekent de werkelijkheid serieus nemen en daar vervolgens zo goed mogelijk mee omgaan.

    Niet blijven trainen alsof ik 35 ben.

    Maar zorgen dat ik op mijn 73e nog steeds zoveel mogelijk kan doen wat ik belangrijk vind.

    Misschien is dat wel de uitdaging van ouder worden.

    Niet krampachtig vasthouden aan wie je was.

    Maar blijven investeren in wie je nog kunt zijn.

    Ik heb veel van mijn leven achter me.

    Daar voel ik geen verdriet over.

    Vooral dankbaarheid.

    En juist daarom wil ik zorgvuldig omgaan met wat er nog voor me ligt.

    Niet om mijn leven eindeloos te rekken.

    Maar om het zo lang mogelijk goed te kunnen blijven leven.

  • Als je kinderen je niet meer nodig hebben zoals vroeger

    Over de veranderende vaderrol, loslaten en opnieuw leren verbinden

    Vader zijn was jarenlang heel duidelijk.

    Er moest van alles.

    Brengen.

    Halen.

    Helpen.

    Regelen.

    Luisteren.

    Oplossen.

    Er was altijd wel iets waarin je nodig was.

    En ergens geeft dat houvast.

    Je weet wat je rol is.

    Maar kinderen worden ouder.

    Ze gaan hun eigen leven leiden.

    Ze maken hun eigen keuzes.

    Ze regelen steeds meer zelf.

    En dan verandert er iets.

    Niet in hoeveel je van ze houdt.

    Wel in hoe je vader bent.

    Minder nodig zijn voelt niet automatisch als vrijheid

    Mijn kinderen zijn inmiddels volwassen.

    Ze hebben hun eigen leven.

    Hun eigen plannen.

    Hun eigen ritme.

    En dat is natuurlijk precies wat je als vader uiteindelijk hoopt.

    Dat ze zelfstandig worden.

    Dat ze hun eigen weg vinden.

    Maar er zit ook een andere kant aan.

    Je wordt minder vanzelfsprekend onderdeel van hun dagelijks leven.

    Je hoort niet meer alles.

    Je weet niet altijd wat er speelt.

    En soms voelt het alsof veel gewoon langs je heen gaat.

    Dat vind ik lastiger dan ik vooraf had gedacht.

    Als contact vooral van jou moet komen

    Wat ik misschien nog wel het moeilijkst vind, is wanneer ik het gevoel krijg dat contact vooral van mijn kant moet komen.

    Een bericht sturen.

    Bellen.

    Vragen wanneer we elkaar weer zien.

    Opnieuw initiatief nemen.

    Dan kan er iets gaan knagen.

    Willen zij mij eigenlijk wel zien?

    Ben ik nog belangrijk voor ze?

    Waarom bellen zij mij niet eens uit zichzelf?

    Ik weet ook dat volwassen kinderen daar waarschijnlijk heel anders naar kijken.

    Ze zijn druk met hun eigen leven.

    Niet bellen betekent niet automatisch niet geven om.

    Maar gevoel en verstand lopen niet altijd netjes gelijk op.

    Van zorgen voor naar beschikbaar zijn

    Misschien is dat wel de grootste verandering in vaderschap.

    Vroeger bestond vader zijn voor een groot deel uit zorgen voor.

    Nu gaat het steeds meer over beschikbaar zijn.

    Niet overal bovenop zitten.

    Niet voortdurend advies geven.

    Niet verwachten dat je overal bij betrokken wordt.

    Maar wel laten weten:

    Ik ben er.

    Dat klinkt eenvoudig.

    Ik vind het soms helemaal niet eenvoudig.

    Want beschikbaar zijn zonder nodig te zijn vraagt iets anders van je.

    Je moet ruimte geven zonder afstandelijk te worden.

    Interesse tonen zonder te controleren.

    Contact zoeken zonder het gevoel te krijgen dat je achter iemand aanloopt.

    En soms ook accepteren dat je niet alles weet.

    Loslaten zonder los te laten

    We zeggen gemakkelijk dat je kinderen moet loslaten.

    Maar eigenlijk vind ik dat geen goed woord.

    Ik wil mijn kinderen helemaal niet loslaten.

    Ik wil ze alleen niet vasthouden.

    Dat is iets anders.

    Ik wil betrokken blijven.

    Weten hoe het met ze gaat.

    Hun verhalen horen.

    Samen dingen doen.

    Maar ik wil ook respecteren dat hun leven niet meer om hun ouders draait.

    En misschien hoort daar het ongemak bij dat ik niet meer vanzelfsprekend overal onderdeel van ben.

    Dat is geen mislukking van het vaderschap.

    Het is juist het gevolg ervan.

    Je rol verdwijnt niet, hij verandert

    Misschien heb ik lang gedacht dat goed vaderschap vooral zichtbaar was in wat ik deed.

    Problemen oplossen.

    Helpen.

    Aanwezig zijn.

    Maar volwassen kinderen hebben iets anders nodig.

    Niet altijd een oplossing.

    Soms niet eens advies.

    Misschien vooral iemand bij wie ze terechtkunnen zonder dat daar voorwaarden aan zitten.

    Iemand die geïnteresseerd blijft.

    Die niet onmiddellijk oordeelt.

    Die blij is wanneer ze bellen.

    En die er ook is wanneer het even niet goed gaat.

    Dat is minder zichtbaar dan vroeger.

    Maar niet minder belangrijk.

    Ook mijn verwachtingen veranderen

    Daar hoort voor mij nog iets bij.

    Ik mag verlangen naar contact.

    Ik mag het jammer vinden wanneer ik weinig hoor.

    Ik mag mijn kinderen missen.

    Maar ik moet oppassen dat ik van dat verlangen geen rekening maak die zij moeten betalen.

    Ik heb nu drie keer gebeld, dus nu is het jouw beurt.

    Zo werkt een relatie uiteindelijk niet.

    Dat betekent niet dat alles maar van één kant moet komen.

    Wel dat ik eerlijk kan zeggen dat ik contact belangrijk vind, zonder mijn kinderen verantwoordelijk te maken voor mijn gevoel van betekenis als vader.

    Dat onderscheid vind ik belangrijk.

    Een nieuwe relatie met elkaar

    Misschien moet ik mijn kinderen ook opnieuw leren kennen.

    Niet meer alleen als mijn zoon of dochter.

    Maar als volwassenen.

    Met hun eigen ideeën.

    Hun eigen twijfels.

    Hun eigen relaties.

    Hun eigen kijk op het leven.

    En misschien moeten zij mij op hun beurt ook opnieuw leren kennen.

    Niet alleen als hun vader.

    Maar als mens.

    Dat lijkt me eigenlijk een mooie ontwikkeling.

    De relatie wordt minder vanzelfsprekend.

    Maar daardoor kan ze misschien ook bewuster worden.

    Vader blijf je

    Ik denk dat ik nog bezig ben deze nieuwe rol te leren.

    Soms gaat dat makkelijk.

    Soms doet het pijn.

    Vooral wanneer ik het gevoel heb dat ik verder weg sta dan ik zou willen.

    Maar misschien hoort dat erbij.

    Mijn taak is niet meer om hun leven te organiseren.

    Mijn taak is ook niet om ervoor te zorgen dat ze mij nodig blijven hebben.

    Misschien is het veel eenvoudiger.

    Betrokken blijven.

    Interesse tonen.

    Initiatief nemen zonder bij te houden wie wanneer aan de beurt is.

    En ondertussen ruimte geven aan hun eigen leven.

    Want uiteindelijk is het misschien juist een teken dat iets goed is gegaan wanneer je kinderen je steeds minder nodig hebben.

    En tegelijkertijd hoop ik op iets anders:

    dat ze blijven weten dat ze me altijd mogen nodig hebben.

  • Wat wil je dat ze over je zeggen?

    Een confronterende oefening die verrassend veel duidelijk kan maken

    Er is een coachingsoefening die ik al lang ken.

    De opdracht is simpel:

    Stel je voor dat je bent overleden. Wie zijn er op je begrafenis? En wat zeggen ze over jou?

    Niet bepaald een luchtige vraag.

    Maar wel een goede.

    Niet omdat je uitgebreid over je eigen dood moet gaan nadenken.

    Wel omdat deze oefening iets zichtbaar maakt waar we in het dagelijks leven gemakkelijk aan voorbijgaan:

    Wat vind ik uiteindelijk echt belangrijk?

    Wie staat daar?

    Neem de tijd om het je werkelijk voor te stellen.

    Wie zijn er?

    Je partner.

    Je kinderen.

    Familie.

    Vrienden.

    Mensen met wie je hebt gewerkt.

    Misschien mensen die je jarenlang niet meer hebt gezien, maar voor wie je toch iets hebt betekend.

    En dan komt het belangrijkste deel.

    Wat vertellen ze over jou?

    Niet wat stond er op je cv.

    Niet hoeveel geld je hebt verdiend.

    Niet hoeveel volgers je had.

    Maar wat herinneren ze zich?

    Wat hoop je te horen?

    Misschien zegt je kind:

    “Hij was er voor me als ik hem nodig had.”

    Een vriend:

    “Met hem kon ik altijd lachen.”

    Een oud-collega:

    “Hij gaf me vertrouwen toen ik dat zelf niet had.”

    Je partner:

    “Bij hem kon ik gewoon mezelf zijn.”

    Misschien hoop je dat mensen zeggen dat je moedig was.

    Nieuwsgierig.

    Betrouwbaar.

    Liefdevol.

    Eigenwijs.

    Avontuurlijk.

    Dat je niet alleen praatte over wat je belangrijk vond, maar er ook naar leefde.

    De woorden die je hoopt te horen, zeggen waarschijnlijk veel over je waarden.

    En dan wordt het interessant

    Want daarna komt de ongemakkelijke vraag.

    Als dit is hoe ik herinnerd wil worden, leef ik daar nu dan ook naar?

    Als je wilt dat je kinderen later zeggen dat je er altijd voor ze was, hoeveel echte aandacht geef je ze dan nu?

    Als je wilt dat mensen zich herinneren dat je genoot van het leven, hoeveel ruimte geef je plezier dan vandaag?

    Als vrijheid belangrijk voor je is, waarom maak je dan zoveel keuzes uit angst?

    Als verbinding belangrijk is, hoeveel tijd besteed je dan aan de mensen van wie je houdt?

    Daar zit voor mij de kracht van deze oefening.

    Niet in de begrafenis.

    Maar in het verschil tussen hoe je wilt leven en hoe je daadwerkelijk leeft.

    We meten vaak de verkeerde dingen

    In het dagelijks leven letten we gemakkelijk op dingen die meetbaar zijn.

    Inkomen.

    Resultaten.

    Gewicht.

    Prestaties.

    Werk.

    Status.

    Allemaal niet onbelangrijk.

    Maar op een begrafenis hoor je zelden iemand zeggen:

    “Hij had zijn administratie altijd perfect op orde.”

    Of:

    “Wat fantastisch dat hij nooit een training oversloeg.”

    We herinneren mensen meestal om iets anders.

    Hoe ze ons lieten voelen.

    Of ze er waren.

    Of ze hun leven durfden te leven.

    Wat ze gaven.

    Waar ze voor stonden.

    Misschien zouden we daar tijdens ons leven wat vaker naar mogen kijken.

    Niet om perfect te leven

    Deze oefening is geen uitnodiging om van ieder moment iets betekenisvols te maken.

    Dat lijkt me behoorlijk vermoeiend.

    Je mag nog steeds op de bank hangen.

    Een slechte dag hebben.

    Een verkeerde keuze maken.

    Mopperen.

    Tijd verspillen.

    Mens zijn.

    Maar zo nu en dan uitzoomen helpt.

    Want we kunnen jarenlang heel druk zijn zonder ons af te vragen of we eigenlijk bezig zijn met wat we belangrijk vinden.

    Draai de oefening om

    Als je eenmaal hebt opgeschreven wat je hoopt dat anderen later over je zeggen, draai de vraag dan om.

    Niet:

    Hoe wil ik herinnerd worden?

    Maar:

    Wat vraagt dat vandaag van mij?

    Misschien helemaal niet zoveel.

    Een telefoontje.

    Meer aandacht tijdens een gesprek.

    Een keuze eindelijk maken.

    Iets uitspreken.

    Een dag vrijhouden.

    Vaker lachen.

    Minder uitstellen wat je belangrijk vindt.

    De grote woorden op je denkbeeldige begrafenis krijgen pas betekenis in de kleine keuzes van vandaag.

    Je schrijft de speech nu al

    Dat vind ik uiteindelijk het bijzondere van deze oefening.

    Die mensen op je denkbeeldige begrafenis schrijven hun verhaal over jou niet pas wanneer je er niet meer bent.

    Je schrijft het samen met hen.

    Vandaag.

    In hoe je liefhebt.

    Hoe je werkt.

    Hoe je aanwezig bent.

    Waar je ja tegen zegt.

    En waar je eindelijk nee tegen durft te zeggen.

    Misschien is daarom de beste vraag niet:

    “Wat wil ik nog bereiken?”

    Maar af en toe gewoon:

    Als mijn leven uiteindelijk ergens over mag gaan, waar wil ik dan dat het over gaat?

    En vervolgens weer terug naar vandaag.

    Want gelukkig ben je er nog.

  • Er is niet maar één goed leven

    De Odyssey Plan-oefening helpt je ontdekken welke levens er óók nog mogelijk zijn

    Soms loop je vast omdat je niet weet wat je wilt.

    Maar soms loop je vast omdat je denkt dat je het juiste antwoord moet vinden.

    De juiste baan.

    De juiste plek om te wonen.

    De juiste volgende stap.

    De juiste invulling van je leven.

    En hoe belangrijker de keuze voelt, hoe moeilijker het wordt om hem te maken.

    Want wat als je verkeerd kiest?

    Precies daar vind ik de Odyssey Plan-oefening interessant.

    Niet omdat hij je vertelt wat je moet doen.

    Maar omdat hij een andere vraag stelt:

    Wat als er niet één goed leven voor je bestaat, maar meerdere?

    Drie mogelijke levens

    De oefening komt uit Stanford’s Life Design Lab en is verrassend eenvoudig.

    Je beschrijft drie totaal verschillende versies van je leven, ongeveer vijf jaar vanaf nu.

    Leven 1: je huidige pad

    Stel dat je doorgaat zoals je nu bezig bent.

    Hoe ziet je leven er over vijf jaar uit?

    Waar woon je?

    Wat doe je voor werk?

    Hoe ziet een gewone dinsdag eruit?

    Met wie breng je je tijd door?

    Waar krijg je energie van?

    En misschien nog belangrijker:

    Hoe voelt dat leven?

    Niet alleen op papier.

    Maar als je jezelf erin probeert voor te stellen.

    Leven 2: een compleet andere richting

    Nu gooi je het roer om.

    Niet een kleine aanpassing van leven 1.

    Echt iets anders.

    Misschien dat idee waar je al jaren af en toe aan denkt.

    Die andere carrière.

    Een ander land.

    Een eenvoudiger leven.

    Meer reizen.

    Iets waarvoor je jezelf tot nu toe altijd hebt verteld dat het niet praktisch, verstandig of realistisch is.

    Schrijf het niet als fantasie.

    Schrijf alsof het al bestaat.

    Leven 3: als niets je tegenhield

    En dan wordt het interessant.

    Wat zou je doen als geld, verwachtingen en het oordeel van anderen even geen rol speelden?

    Niet:

    Wat zou verstandig zijn?

    Maar:

    Hoe zou ik werkelijk mijn dagen willen besteden?

    Dat betekent niet dat je dat leven morgen moet uitvoeren.

    Het gaat erom te ontdekken wat er verschijnt wanneer je de gebruikelijke beperkingen tijdelijk weghaalt.

    Juist dat leven kan verrassend veel vertellen over wat je belangrijk vindt.

    Het gaat niet om kiezen

    Dit is voor mij misschien wel het belangrijkste onderdeel van de oefening.

    Je hoeft na afloop niet te zeggen:

    “Leven 2 is het. Dat ga ik doen.”

    Dat is bijna weer dezelfde valkuil.

    Opnieuw zoeken naar het juiste antwoord.

    Veel interessanter is om naar de drie levens te kijken en patronen te zoeken.

    Wat komt steeds terug?

    Vrijheid?

    Mensen?

    Natuur?

    Creativiteit?

    Rust?

    Avontuur?

    Betekenis?

    Autonomie?

    Misschien zien de drie levens er totaal verschillend uit, maar bevatten ze allemaal hetzelfde verlangen.

    En dát is interessante informatie.

    We beperken onszelf sneller dan we denken

    Wanneer we normaal nadenken over onze toekomst, doen we dat bijna altijd vanuit ons huidige leven.

    We nemen onze baan mee.

    Ons inkomen.

    Onze leeftijd.

    Onze verplichtingen.

    Onze overtuigingen over wat wel en niet realistisch is.

    Voor je het weet, probeer je geen nieuw leven te bedenken.

    Je probeert alleen je huidige leven iets te verbeteren.

    Daarom werkt het bedenken van meerdere levens zo goed.

    Het dwingt je buiten het bestaande verhaal.

    Niet:

    “Hoe maak ik dit leven beter?”

    Maar:

    “Wat zou er nog meer mogelijk zijn?”

    Dat is een heel andere vraag.

    Schrijf een gewone dinsdag

    Ik zou de oefening nog iets concreter maken.

    Beschrijf niet alleen:

    “Ik woon in Spanje en werk vier dagen per week.”

    Dat klinkt aantrekkelijk, maar zegt nog weinig.

    Beschrijf een dag.

    Je wordt wakker.

    Hoe laat?

    Waar?

    Wat doe je als eerste?

    Werk je die ochtend?

    Met wie eet je?

    Wat doe je ’s middags?

    Wanneer voel je energie?

    Waar verheug je je op?

    Waar maak je je nog druk over?

    En hoe voel je je wanneer je ’s avonds naar bed gaat?

    Een leven bestaat uiteindelijk niet uit mooie slogans.

    Het bestaat vooral uit gewone dinsdagen.

    Dus als je wilt weten of een toekomst bij je past, probeer dan vooral te ontdekken of je die dinsdag zou willen leven.

    Niet alles hoeft realistisch te zijn

    Tijdens de oefening zou ik één regel hanteren:

    Ga niet te snel rekenen.

    We zijn bijzonder goed in het afschieten van onze eigen ideeën.

    Dat kan financieel niet.

    Daar ben ik te oud voor.

    Wat zullen anderen daarvan vinden?

    Daar kun je toch geen geld mee verdienen?

    Misschien klopt dat allemaal.

    Maar dat komt later.

    Eerst wil je weten wat je zou willen als je jezelf niet meteen onderbreekt.

    Realiteit is belangrijk.

    Maar als je haar te vroeg uitnodigt, krijgt verbeelding nauwelijks een kans.

    Misschien hoef je niet opnieuw te beginnen

    Het mooie is dat je na deze oefening misschien helemaal niet je hele leven hoeft om te gooien.

    Stel dat in alle drie je levens buiten zijn belangrijk blijkt.

    Dan hoef je misschien niet naar Portugal te verhuizen.

    Misschien moet je gewoon vaker naar buiten.

    Komt autonomie telkens terug?

    Dan ligt de oplossing misschien niet in een andere carrière, maar in anders werken.

    Komt reizen steeds terug?

    Dan hoef je niet permanent rond te trekken.

    Misschien moet reizen alleen een grotere plek krijgen in het leven dat je al hebt.

    Je andere mogelijke levens kunnen dus iets leren aan het leven dat je vandaag leidt.

    Ontwerp in plaats van beslis

    Misschien spreekt dat me wel het meest aan aan deze oefening.

    Je hoeft je leven niet in één keer te beslissen.

    Je kunt het ontwerpen.

    Een mogelijkheid bedenken.

    Erop reageren.

    Iets proberen.

    Aanpassen.

    Opnieuw kijken.

    Dat haalt veel druk van keuzes af.

    Want misschien bestaat er helemaal geen perfecte route.

    Misschien zijn er verschillende levens waarin jij gelukkig zou kunnen zijn.

    De vraag is dan niet langer:

    “Wat is het juiste leven?”

    Maar:

    “Welke elementen uit mijn mogelijke levens wil ik nu al meer ruimte geven?”

    En ineens hoeft de toekomst niet meer opgelost te worden.

    Je hoeft alleen nieuwsgierig genoeg te zijn om haar in meerdere versies te durven bekijken.

  • Wie wil je vandaag zijn?

    Verandering begint wanneer je stopt met automatisch jezelf te zijn

    We zeggen gemakkelijk:

    Zo ben ik nu eenmaal.

    Ik ben ongeduldig.

    Ik ben onzeker.

    Ik stel dingen uit.

    Ik maak me snel zorgen.

    Ik kan nu eenmaal slecht tegen kritiek.

    Maar hoe zeker weten we eigenlijk dat dit is wie we zijn?

    Misschien is een deel van onze persoonlijkheid vooral wat we jarenlang hebben geoefend.

    Dezelfde gedachten.

    Dezelfde reacties.

    Dezelfde gewoontes.

    Zo vaak herhaald dat ze vanzelf zijn gaan voelen.

    Op de automatische piloot

    Dat is een gedachte uit een video van After Skool met Joe Dispenza die bij mij bleef hangen.

    Veel van wat we gedurende een dag doen, gebeurt zonder dat we er bewust voor kiezen.

    Er gebeurt iets en we reageren zoals we meestal reageren.

    Iemand zegt iets wat ons raakt.

    We voelen irritatie.

    We trekken ons terug.

    We gaan piekeren.

    Of we schieten direct in de verdediging.

    Niet omdat we die reactie die ochtend bewust hebben uitgekozen.

    Maar omdat we haar kennen.

    En wat bekend is, gaat gemakkelijk.

    Veranderen begint daarom misschien met iets heel eenvoudigs:

    opmerken wat je automatisch doet.

    Eerst zien, dan veranderen

    Je kunt moeilijk veranderen wat je niet ziet.

    Dus voordat je jezelf opnieuw probeert uit te vinden, kun je eens observeren.

    Welke gedachten komen steeds terug?

    Waar reageer ik telkens hetzelfde op?

    Wat doe ik als ik onzeker word?

    Wat vertel ik mezelf wanneer iets mislukt?

    Niet om jezelf te veroordelen.

    Alleen om nieuwsgierig te worden.

    Ah, daar doe ik het weer.

    Dat kleine moment van bewustzijn is interessant.

    Want precies daar ontstaat ruimte.

    Tussen wat er gebeurt en wat jij vervolgens doet.

    Wie zou ik willen zijn?

    We besteden veel tijd aan wat we niet meer willen.

    Niet meer piekeren.

    Niet meer uitstellen.

    Niet meer onzeker zijn.

    Niet meer boos reageren.

    Maar daarmee weet je nog niet wat ervoor in de plaats moet komen.

    Een betere vraag is misschien:

    Hoe zou de versie van mij die ik wil worden hiermee omgaan?

    Niet over vijf jaar.

    Vandaag.

    Hoe zou ik dat gesprek voeren?

    Hoe zou ik reageren op kritiek?

    Wat zou ik doen als ik bang ben?

    Welke keuze zou ik maken als ik mezelf wat meer vertrouwde?

    Dan wordt persoonlijke ontwikkeling ineens een stuk concreter.

    Je hoeft niet te wachten tot je anders voelt

    Dat vind ik misschien wel het krachtigste idee.

    We wachten vaak op een gevoel voordat we iets veranderen.

    Eerst zelfvertrouwen, dan die stap zetten.

    Eerst motivatie, dan beginnen.

    Eerst minder angst, dan iets nieuws proberen.

    Maar misschien werkt het vaak andersom.

    Je doet iets wat niet helemaal vertrouwd voelt.

    Je reageert één keer anders.

    En daarna nog een keer.

    Langzaam ontstaat ervaring.

    En uit die ervaring kan vertrouwen groeien.

    Je hoeft dus niet eerst een ander mens te voelen voordat je je anders kunt gedragen.

    Soms moet je het nieuwe eerst een tijdje oefenen.

    Veranderen is minder spectaculair dan we denken

    We denken bij verandering gemakkelijk aan grote besluiten.

    Een andere baan.

    Verhuizen.

    Een relatie beëindigen.

    Een compleet nieuw leven beginnen.

    Maar misschien vindt de belangrijkste verandering veel kleiner plaats.

    Op het moment waarop je normaal ja zou zeggen en nu nee zegt.

    Wanneer je normaal zou blijven piekeren en besluit naar buiten te gaan.

    Wanneer je jezelf betrapt op oude zelfkritiek en denkt:

    Wacht even. Zo wil ik niet meer met mezelf omgaan.

    Niemand ziet het.

    Er klinkt geen muziek.

    Je leven verandert niet onmiddellijk.

    Maar jij hebt iets anders gedaan.

    En morgen kun je dat opnieuw doen.

    Je bent niet veroordeeld tot gisteren

    Natuurlijk neem je je verleden mee.

    Je ervaringen hebben je gevormd.

    Je gewoontes ook.

    Maar gevormd zijn is iets anders dan vastliggen.

    Dat vind ik een prettige gedachte.

    Je hoeft jezelf niet compleet opnieuw uit te vinden.

    Je hoeft ook niet te wachten op een groot inzicht.

    Begin kleiner.

    Let vandaag eens op één automatische gedachte, reactie of gewoonte waarvan je weet:

    Dit helpt me niet meer.

    En vraag jezelf vervolgens:

    Hoe wil ik hier voortaan mee omgaan?

    Doe dat één keer anders.

    Daarna nog een keer.

    Misschien verandert wie je bent uiteindelijk niet door te besluiten dat je iemand anders wilt worden.

    Misschien verander je door steeds iets vaker te oefenen wie je wilt zijn.

  • Ik gun je een betere relatie met jezelf

    Je bent tenslotte de enige met wie je je hele leven moet samenleven

    Met sommige mensen zou je nooit omgaan als ze tegen je zouden praten zoals jij soms tegen jezelf praat.

    Dat had je beter moeten doen.

    Waarom lukt jou dit nou weer niet?

    Je zou inmiddels toch verder moeten zijn.

    Anderen hebben hun zaakjes veel beter voor elkaar.

    We zeggen dingen tegen onszelf die we tegen een goede vriend waarschijnlijk veel te hard zouden vinden.

    En het bijzondere is: degene naar wie je het meest luistert, ben je zelf.

    Dag in, dag uit.

    Misschien is daarom een van de belangrijkste relaties in je leven niet die met je partner, je kinderen, je vrienden of je collega’s.

    Maar de relatie die je met jezelf hebt.

    Je neemt jezelf overal mee naartoe

    Je kunt van baan veranderen.

    Verhuizen.

    Een relatie beëindigen.

    Nieuwe vrienden maken.

    Een compleet nieuw leven beginnen.

    Maar één persoon gaat altijd mee.

    Jij.

    En als je voortdurend met jezelf in conflict bent, neem je dat conflict dus ook overal mee naartoe.

    Dat herken ik.

    Ik kan behoorlijk kritisch op mezelf zijn. Vooral wanneer dingen niet gaan zoals ik had bedacht. Dan wordt de lat ineens hoger en mijn oordeel harder.

    Ik had meer moeten doen.

    Verder moeten zijn.

    Een betere keuze moeten maken.

    Het vreemde is dat ik daarmee denk mezelf vooruit te helpen.

    Maar meestal gebeurt het tegenovergestelde.

    Kritiek is niet hetzelfde als groei

    Er is niets mis met kritisch naar jezelf kijken.

    Sterker nog, ik vind zelfreflectie belangrijk.

    Je mag jezelf aanspreken op gedrag. Toegeven dat je iets verkeerd hebt gedaan. Erkennen dat je ergens voor bent weggelopen of dat je meer had kunnen doen.

    Een goede relatie met jezelf betekent niet dat je alles maar goedpraat.

    Zoals een goede vriend ook niet iemand is die overal ja en amen op zegt.

    Het verschil zit voor mij in de toon.

    Je kunt zeggen:

    Wat ben ik toch een sukkel.

    Maar je kunt ook denken:

    Dat was niet mijn beste beslissing. Wat kan ik hiervan leren?

    De gebeurtenis is dezelfde.

    De relatie met jezelf niet.

    Je hoeft jezelf niet voortdurend te verbeteren

    Daar zit nog een valkuil.

    Persoonlijke ontwikkeling kan ongemerkt het idee voeden dat er voortdurend iets aan ons gerepareerd moet worden.

    Fitter.

    Rustiger.

    Succesvoller.

    Productiever.

    Zelfverzekerder.

    Bewuster.

    Altijd onderweg naar een betere versie van jezelf.

    Ik geloof in ontwikkeling. Anders zou ik dit soort blogs waarschijnlijk niet schrijven.

    Maar er moet ook een moment zijn waarop je kunt zeggen:

    Dit ben ik. Vandaag. En daar hoef ik niet eerst iets aan te veranderen om er oké mee te zijn.

    Dat betekent niet dat je stopt met groeien.

    Het betekent dat groei niet langer een voorwaarde is om jezelf te accepteren.

    Dat vind ik een wezenlijk verschil.

    Vergelijken maakt de relatie er zelden beter op

    Er is bovendien altijd iemand te vinden die verder is dan jij.

    Iemand met meer geld.

    Een beter lichaam.

    Een mooier huis.

    Een interessantere carrière.

    Een gelukkiger ogende relatie.

    Als je lang genoeg kijkt, vind je altijd bewijs dat jij tekortschiet.

    Sociale media hebben die mogelijkheid bijna onbeperkt gemaakt.

    Maar je vergelijkt dan jouw hele leven met een klein, zorgvuldig gekozen stukje van dat van een ander.

    Dat is een wedstrijd die moeilijk te winnen is.

    Misschien hoef je hem ook helemaal niet te spelen.

    Hoe zou je met een goede vriend omgaan?

    Ik vind dit een eenvoudige maar bruikbare vraag.

    Stel dat iemand van wie je houdt precies in jouw situatie zou zitten.

    Met dezelfde twijfel.

    Dezelfde fout.

    Dezelfde onzekerheid.

    Dezelfde teleurstelling.

    Wat zou je tegen hem of haar zeggen?

    Waarschijnlijk niet:

    Kom op. Je bent 63. Had je je leven inmiddels niet eens op orde moeten hebben?

    Waarschijnlijk zou je milder zijn.

    Je zou luisteren.

    Misschien relativeren.

    En daarna kijken wat een verstandige volgende stap is.

    Waarom zou je jezelf iets anders gunnen?

    Een betere relatie, geen perfecte

    Ik hoef niet iedere ochtend voor de spiegel te staan en mezelf fantastisch te vinden.

    Dat voelt voor mij ook niet erg geloofwaardig.

    Een goede relatie met jezelf lijkt me veel gewoner.

    Jezelf serieus nemen, maar niet voortdurend veroordelen.

    Kunnen lachen om je eigenaardigheden.

    Een fout kunnen maken zonder daar meteen een oordeel over je hele persoon aan te verbinden.

    Grenzen aangeven.

    Goed voor je lichaam zorgen.

    Af en toe erkennen dat je moe bent.

    Trots kunnen zijn zonder je daarvoor te schamen.

    En jezelf niet verlaten zodra het even minder goed gaat.

    Misschien is dat wel de kern.

    Je hoeft niet voortdurend van jezelf te houden.

    Maar probeer in ieder geval iemand te worden bij wie je zelf graag in de buurt bent.

    Want waar je ook naartoe gaat en wat er ook nog verandert:

    je neemt jezelf mee.

    Ik gun je daarom niet alleen een mooi leven.

    Ik gun je vooral een betere relatie met degene die dat leven moet leven.

  • Geef je brein niet ieder probleem cadeau

    Waarom een hoofd zonder richting soms zelf iets vindt om zich druk over te maken

    Soms heb ik van die periodes waarin er eigenlijk niet zoveel aan de hand is.

    Geen grote crisis.

    Geen acute problemen.

    Niets wat onmiddellijk opgelost moet worden.

    En toch begint mijn hoofd te draaien.

    Een pijntje krijgt ineens veel aandacht.

    Een gesprek van gisteren wordt opnieuw afgespeeld.

    Een kleine onzekerheid over morgen groeit uit tot vijf mogelijke scenario’s.

    En voor ik het weet heb ik een probleem.

    Of beter gezegd:

    mijn brein heeft er één gevonden.

    Je hoofd staat niet zomaar uit

    Ons brein is niet gemaakt om leeg op de bank te zitten en te zeggen:

    Mooi. Vandaag even niets.

    Zodra onze aandacht niet ergens anders voor nodig is, begint ons hoofd vanzelf te associëren.

    We denken terug.

    Kijken vooruit.

    Voeren denkbeeldige gesprekken.

    Bedenken wat er allemaal zou kunnen gebeuren.

    Dat is niet verkeerd.

    Sterker nog, daar ontstaan ook ideeën, creativiteit en inzichten.

    Maar dezelfde capaciteit waarmee je een mooi plan kunt bedenken, kan ook een probleem construeren dat vijf minuten daarvoor nauwelijks bestond.

    Dat herken ik.

    Van één gedachte naar een compleet verhaal

    Het begint vaak klein.

    Mijn knie voelt vandaag wat vreemd.

    Dat is een observatie.

    Maar mijn hoofd kan daar vervolgens prima mee aan de slag.

    Het duurt nu wel erg lang.

    Waarom herstelt het niet sneller?

    Straks kan ik niet meer goed fietsen.

    Misschien wordt het wel chronisch.

    Binnen vijf minuten ben ik van een vreemde sensatie in mijn knie naar een toekomst gegaan waarin ik nooit meer fatsoenlijk op een fiets zit.

    Terwijl er feitelijk maar één ding gebeurd is:

    mijn knie voelde even vreemd.

    Mijn brein heeft de rest geschreven.

    Denken voelt vaak als iets doen

    Dat vind ik een interessante valkuil.

    Piekeren voelt namelijk actief.

    Je bent met het probleem bezig.

    Je onderzoekt het.

    Probeert het te begrijpen.

    Zoekt naar een oplossing.

    Daardoor kan het voelen alsof al dat denken nuttig is.

    Maar er is een belangrijk verschil tussen nadenken en ronddenken.

    Nadenken brengt je ergens.

    Je verzamelt informatie, neemt een besluit of zet een stap.

    Ronddenken brengt je steeds terug naar hetzelfde punt.

    Alleen iets vermoeider.

    Misschien heeft je hoofd iets anders nodig

    Ik ben daarom voorzichtig geworden met ieder probleem serieus nemen dat zich in mijn hoofd aandient.

    Soms is er werkelijk iets om over na te denken.

    Dan moet ik dat vooral doen.

    Maar soms heb ik geen beter antwoord nodig.

    Dan moet ik naar buiten.

    Een stuk lopen.

    Werken.

    Fietsen.

    Koken.

    Iemand bellen.

    Iets maken.

    Mijn aandacht weer richten op de wereld buiten mijn hoofd.

    En opvallend vaak ziet hetzelfde probleem er een paar uur later heel anders uit.

    Niet omdat het opgelost is.

    Maar omdat het weer de juiste omvang heeft gekregen.

    Maar vul niet iedere stilte

    Daar zit tegelijkertijd een paradox.

    De oplossing is niet dat we ieder leeg moment moeten vullen.

    Telefoon pakken.

    Podcast aan.

    Televisie aan.

    Altijd maar prikkels.

    Want juist in rust ontstaat ook iets waardevols.

    Een idee.

    Een inzicht.

    Een gevoel dat eindelijk even gehoord wordt.

    De kunst is volgens mij niet om nooit alleen met je gedachten te zijn.

    De kunst is herkennen wanneer denken nog iets oplevert en wanneer je hoofd alleen maar rondjes rijdt.

    Dat verschil voel je meestal best goed.

    Is dit een echt probleem?

    Ik probeer mezelf daarom soms een eenvoudige vraag te stellen:

    Is er op dit moment werkelijk iets dat ik moet doen?

    Als het antwoord ja is:

    doe het.

    Bel iemand.

    Maak een afspraak.

    Neem een besluit.

    Schrijf iets op.

    Zet een stap.

    Maar als het antwoord nee is, dan hoef ik het probleem misschien ook niet nog twee uur in mijn hoofd rond te dragen.

    Dan mag het even weg.

    Je hoeft niet iedere gedachte te volgen

    Misschien is dat uiteindelijk wat ik steeds meer probeer te leren.

    Mijn brein produceert de hele dag gedachten.

    Sommige zijn slim.

    Sommige zijn nuttig.

    Sommige zijn grappig.

    En sommige zijn totale onzin.

    Ik hoef ze niet allemaal serieus te nemen.

    Een gedachte is nog geen feit.

    Een zorg is nog geen probleem.

    En een mogelijkheid is nog geen werkelijkheid.

    Soms is het beste wat ik met een gedachte kan doen:

    haar opmerken.

    Even aankijken.

    En vervolgens gewoon doorgaan met mijn dag.

    Want als je je brein lang genoeg zijn gang laat gaan, vindt het altijd wel iets om zich druk over te maken.

    Dat betekent nog niet dat jij mee hoeft te doen.

  • Ik zorg voor vandaag, en vandaag zorgt voor morgen

    Waarom je niet je hele toekomst hoeft op te lossen om goed te leven

    We zijn vaak opvallend veel bezig met een dag die nog niet bestaat.

    Morgen.

    Volgende maand.

    Volgend jaar.

    We maken plannen, denken scenario’s door en proberen grip te krijgen op wat er misschien gaat gebeuren.

    Dat is menselijk.

    Maar het kan ook vermoeiend worden.

    Want hoe ver je ook vooruitdenkt, uiteindelijk kun je maar op één plek iets doen.

    Vandaag.

    Morgen ontstaat uit vandaag

    Ik ben steeds meer gaan geloven in een eenvoudige gedachte:

    Ik zorg voor vandaag, en vandaag zorgt voor morgen.

    Dat betekent niet dat ik nergens meer over nadenk.

    Natuurlijk maak ik plannen.

    Natuurlijk kijk ik vooruit.

    Maar ik probeer de toekomst niet meer volledig te controleren.

    Ik kijk liever naar wat vandaag van mij vraagt.

    Goed eten.

    Bewegen.

    Mijn werk doen.

    Een gesprek voeren dat gevoerd moet worden.

    Rust nemen als dat nodig is.

    Een keuze maken die klopt.

    Niet spectaculair.

    Wel concreet.

    En vaak blijkt dat genoeg.

    We willen zekerheid voordat we bewegen

    Daar zit voor mij ook een bekende valkuil.

    We willen eerst weten waar iets naartoe leidt.

    Of een keuze goed uitpakt.

    Of een plan werkt.

    Of we over een jaar nog blij zijn met wat we nu besluiten.

    Maar die zekerheid krijgen we meestal niet.

    Dus blijven we denken.

    En wachten.

    Terwijl het enige waar je werkelijk invloed op hebt, de stap van vandaag is.

    Misschien is dat soms frustrerend weinig.

    Maar het is ook bevrijdend.

    Je hoeft niet de hele route te kennen.

    Je hoeft alleen niet stil te blijven staan.

    Een goede dag is klein

    We maken van een goede dag soms iets groots.

    Alsof alles moet kloppen.

    Productief.

    Gezond.

    Betekenisvol.

    In balans.

    Maar misschien is een goede dag veel eenvoudiger.

    Heb ik vandaag gedaan wat belangrijk was?

    Heb ik goed voor mezelf gezorgd?

    Was ik aanwezig bij de mensen die ertoe doen?

    Heb ik iets gedaan waar ik achter sta?

    Dan was het misschien gewoon een goede dag.

    Niet perfect.

    Maar goed.

    En genoeg goede dagen achter elkaar veranderen uiteindelijk vanzelf iets groters.

    De toekomst wordt vaak gebouwd in het gewone

    We overschatten de kracht van grote besluiten.

    En onderschatten de kracht van herhaling.

    Een wandeling vandaag voelt misschien onbeduidend.

    Een uur goed werk ook.

    Een gezonde maaltijd.

    Een telefoontje.

    Op tijd naar bed.

    Een kleine grens stellen.

    Maar veel van wat later belangrijk blijkt, ontstaat niet uit één groot moment.

    Het ontstaat uit gewone keuzes die vaak genoeg worden herhaald.

    Daar zit voor mij een vorm van vertrouwen in.

    Niet het vertrouwen dat alles vanzelf goedkomt.

    Maar het vertrouwen dat als ik vandaag zorgvuldig leef, ik mijn toekomst in ieder geval niet voortdurend saboteer.

    Vandaag is overzichtelijk

    Dat vind ik misschien wel het prettigste.

    De toekomst is groot.

    Vandaag is klein.

    Morgen kan honderd problemen bevatten.

    Vandaag misschien maar drie dingen die werkelijk aandacht vragen.

    Daar kun je iets mee.

    Je kunt een heel leven niet in één keer oplossen.

    Een dag wel.

    En morgen?

    Dan krijg je weer een nieuwe.

    Niet alles hoeft nu

    Er zit nog iets anders in deze gedachte.

    Als ik alleen voor vandaag hoef te zorgen, hoeft ook niet alles vandaag af.

    Niet iedere vraag vraagt nu om een antwoord.

    Niet ieder probleem hoeft meteen opgelost.

    Niet ieder doel hoeft vandaag bereikt.

    Sommige dingen hebben tijd nodig.

    Sommige dingen lossen zichzelf deels op als je stopt met eraan trekken.

    En sommige antwoorden ontstaan pas als je een paar dagen verder bent.

    Dat maakt vandaag lichter.

    Zorg goed voor wat voor je ligt

    Misschien is dat uiteindelijk de hele gedachte.

    Niet leven alsof je de toekomst moet beheersen.

    Maar aandacht geven aan wat er nu voor je ligt.

    Een goede keuze.

    Een eerlijk gesprek.

    Een uur geconcentreerd werk.

    Een wandeling.

    Een beetje rust.

    Een eerste stap.

    Meer is er vandaag misschien niet nodig.

    En als je dat morgen opnieuw doet, ontstaat er langzaam iets.

    Een richting.

    Een ritme.

    Een leven.

    Niet omdat je het perfect hebt uitgestippeld.

    Maar omdat je goed hebt gezorgd voor de dag die er wél was.

    Ik zorg voor vandaag.

    En vandaag zorgt voor morgen.

  • Vriend worden met de winter

    Waarom ik ieder jaar opnieuw moet leren accepteren dat ik in de winter een ander mens ben

    Ergens in oktober voel ik het gebeuren.

    De dagen worden korter.

    De lucht wordt grijzer.

    De zon laat zich steeds minder zien.

    En zonder dat ik het wil, verandert er iets in mij.

    Ik heb minder energie.

    Minder zin om eropuit te gaan.

    Ik kan somberder zijn dan in de zomer.

    Jarenlang heb ik daartegen gevochten.

    Ik vond dat ik gewoon hetzelfde moest blijven functioneren.

    Maar inmiddels kijk ik daar anders naar.

    Alsof het altijd zomer moet zijn

    We leven in een maatschappij die het hele jaar hetzelfde van ons verwacht.

    Even productief.

    Even energiek.

    Even enthousiast.

    Alsof de seizoenen alleen buiten bestaan.

    Terwijl de natuur iets heel anders laat zien.

    In de winter vertraagt alles.

    Bomen verliezen hun bladeren.

    Planten trekken zich terug.

    Er lijkt weinig te gebeuren.

    En toch is dat seizoen net zo belangrijk als de lente.

    Waarom zouden wij dan altijd op volle kracht moeten draaien?

    Ik wilde de winter oplossen

    Lange tijd zag ik de winter als een probleem.

    Ik zocht naar dé oplossing.

    Nog meer licht.

    Nog meer vitamines.

    Nog een nieuwe ochtendroutine.

    Begrijp me niet verkeerd.

    Ik geloof dat beweging, daglicht en goed voor jezelf zorgen enorm kunnen helpen.

    Maar ik merkte dat ik nog iets anders nodig had.

    Acceptatie.

    Niet de acceptatie van: zo ben ik nu eenmaal.

    Maar de acceptatie dat ik in de winter simpelweg anders ben dan in juni.

    Zachter voor mezelf

    Dat inzicht heeft veel veranderd.

    Ik plan in de winter minder.

    Ik verwacht minder van mezelf.

    Ik zoek bewust het daglicht op als de zon zich laat zien.

    Ik blijf bewegen, ook als ik geen zin heb.

    En misschien wel het belangrijkste:

    Ik veroordeel mezelf niet meer omdat ik me anders voel.

    Dat haalt de winter niet weg.

    Maar het haalt wel een tweede laag weg.

    De strijd tegen de winter.

    De zon zit niet alleen buiten

    Op grijze dagen merk ik hoe belangrijk kleine dingen worden.

    Een wandeling.

    Een kop koffie in de zon.

    Een goed gesprek.

    Een yogales.

    Een boek.

    Een kaars aan.

    Het zijn geen spectaculaire oplossingen.

    Maar ze brengen wel licht.

    Soms letterlijk.

    Vaker figuurlijk.

    De lente kun je niet afdwingen

    Vroeger wilde ik zo snel mogelijk weer de oude zijn.

    Vol energie.

    Vol plannen.

    Vol ideeën.

    Nu weet ik dat dat niet werkt.

    Je kunt de lente niet eerder laten beginnen door ongeduldig te worden.

    Je kunt alleen goed zorgen voor de winter.

    En misschien geldt dat niet alleen voor de seizoenen.

    Ook moeilijke periodes in ons leven hebben vaak hun eigen tempo.

    Hoe harder we proberen ze zo snel mogelijk achter ons te laten, hoe meer weerstand we voelen.

    Een vraag aan jou

    Misschien herken jij jezelf ook in de donkere maanden.

    Misschien voel je je minder energiek.

    Minder vrolijk.

    Minder jezelf.

    Misschien is de eerste vraag dan niet:

    “Hoe kom ik hier zo snel mogelijk vanaf?”

    Maar:

    “Hoe kan ik goed voor mezelf zorgen zolang deze winter duurt?”

    Dat is iets anders.

    Het vraagt niet om vechten.

    Maar om meebewegen.

    En misschien is dat wel de belangrijkste les die de winter mij ieder jaar opnieuw leert.

    Niet alles hoeft opgelost te worden.

    Sommige seizoenen vragen vooral om zachtheid.

    Voor de natuur.

    En voor jezelf.

  • Vergeet niet te lachen — vooral om jezelf

    Over de kunst van relativeren

    Ik kan behoorlijk serieus zijn.

    Als ik ergens voor ga, wil ik het goed doen.

    Ik denk na.

    Analyseer.

    Zoek naar de beste oplossing.

    Dat heeft me veel gebracht.

    Maar ik heb ook ontdekt dat het leven een stuk zwaarder wordt wanneer je alles serieus neemt.

    Vooral jezelf.

    Alsof alles belangrijk is

    Er zijn van die dagen waarop werkelijk alles betekenis lijkt te hebben.

    Een opmerking van iemand.

    Een mail die anders klinkt dan je had verwacht.

    Een foutje.

    Een plan dat anders loopt.

    Voor je het weet, maak je van een klein voorval een groot verhaal.

    Dat herken ik maar al te goed.

    Niet omdat het leven ingewikkeld was.

    Maar omdat ík het ingewikkeld maakte.

    Niemand is zo met jou bezig als jijzelf

    Dat besef vond ik verrassend bevrijdend.

    Wij denken vaak dat anderen veel met ons bezig zijn.

    Dat ze onze fouten zien.

    Onze onzekerheid opmerken.

    Ons beoordelen.

    In werkelijkheid zijn de meeste mensen vooral druk met hun eigen leven.

    Net zoals jij.

    Dat betekent niet dat je er niet toe doet.

    Integendeel.

    Het betekent dat je jezelf af en toe best wat minder serieus mag nemen.

    Lach om jezelf

    Ik vind mensen aantrekkelijk die om zichzelf kunnen lachen.

    Niet omdat ze zichzelf belachelijk maken.

    Maar omdat ze weten dat ze niet perfect hoeven te zijn.

    Ze struikelen.

    Zeggen iets onhandigs.

    Vergeten een naam.

    Nemen een verkeerde afslag.

    En lachen erom.

    Dat is geen oppervlakkigheid.

    Dat is veerkracht.

    Misschien is humor wel een vorm van acceptatie.

    Je verzet je niet langer tegen het feit dat je een mens bent.

    Met al je eigenaardigheden.

    Niet alles hoeft opgelost te worden

    Soms hoeft een probleem niet direct opgelost te worden.

    Soms hoef je er alleen iets minder zwaar aan te tillen.

    Ik merk regelmatig dat een wandeling, een goed gesprek of een flinke lach meer doet dan nog een uur nadenken.

    Niet omdat het probleem verdwijnt.

    Maar omdat ik weer in de juiste verhouding kom te staan.

    Het probleem is hetzelfde gebleven.

    Alleen ik ben lichter geworden.

    Ernst en lichtheid kunnen prima samengaan

    Licht leven betekent niet dat je oppervlakkig leeft.

    Het betekent ook niet dat je verdriet, verlies of tegenslag wegwuift.

    Er zijn momenten waarop het leven pijn doet.

    En die verdienen alle aandacht.

    Maar zelfs in een serieus leven mag ruimte zijn voor lichtheid.

    Voor humor.

    Voor relativering.

    Voor een glimlach.

    Juist dan.

    Misschien ben jij niet het project

    Ik heb lang gedacht dat ik voortdurend aan mezelf moest werken.

    Nog iets leren.

    Nog iets verbeteren.

    Nog iets ontwikkelen.

    Persoonlijke groei is prachtig.

    Maar er zit ook een valkuil in.

    Je kunt jezelf gaan zien als een project dat nooit af is.

    Misschien ben je niet een probleem dat opgelost moet worden.

    Misschien ben je gewoon een mens.

    En dat is al ingewikkeld genoeg.

    Een kleine oefening

    De volgende keer dat iets anders loopt dan je had bedacht, stel jezelf dan eens één vraag:

    Ga ik hier over een jaar nog aan terugdenken?

    Is het antwoord nee?

    Probeer er dan vandaag alvast om te glimlachen.

    Niet omdat het onbelangrijk is.

    Maar omdat jouw energie kostbaar is.

    En niet ieder probleem verdient een hoofdrol.

    Het leven wordt niet per se gemakkelijker als je lichter leeft.

    Maar het voelt vaak wel een stuk lichter.

    En misschien is dat precies de bedoeling.