Categorie: Uncategorized

  • Tussen wat was en wat komt

    Waarom een nieuwe levensfase soms pas kan ontstaan als je de leegte durft toe te laten

    Er zijn momenten waarop je voelt dat een fase van je leven voorbij is.

    Werk dat niet meer past.

    Een rol waarin je jezelf niet langer herkent.

    Een doel waar je jarenlang naartoe hebt gewerkt, maar dat zijn betekenis heeft verloren.

    Een manier van leven die ooit goed voelde, maar nu vooral energie kost.

    Soms kies je er zelf voor om zo’n fase af te sluiten.

    Soms kiest het leven voor jou.

    Maar hoe het einde ook ontstaat, we willen daarna vaak zo snel mogelijk weer verder.

    Een nieuw plan.

    Een nieuw doel.

    Een nieuwe richting.

    Alles om maar niet te lang stil te hoeven staan in de ruimte die is ontstaan.

    Dat herken ik uit mijn eigen leven.

    Ook ik wilde soms sneller door dan goed voor mij was.

    Ik had iets losgelaten en vond dat ik nu moest weten wat ervoor in de plaats zou komen.

    Maar juist dat moeten riep weerstand op.

    Het ongemak van de tussenfase

    Een transitie is meer dan een verandering.

    Bij een verandering weet je vaak redelijk goed wat er gebeurt. Je begint aan een nieuwe baan, verhuist naar een andere plek of start met een opleiding.

    Een transitie speelt zich vooral vanbinnen af.

    Je oude identiteit past niet meer helemaal, terwijl de nieuwe nog niet is gevormd.

    Je weet wat je achterlaat, maar nog niet wie je aan het worden bent.

    Dat is een ongemakkelijke positie.

    We zijn gewend onszelf te omschrijven aan de hand van wat we doen.

    Ons werk.

    Onze relaties.

    Onze verantwoordelijkheden.

    Onze plannen.

    Maar wat blijft er over wanneer een deel daarvan wegvalt?

    Wie ben je als het oude verhaal niet meer klopt en het nieuwe verhaal nog niet geschreven is?

    Te snel weer door

    Mijn eerste neiging was om de ontstane ruimte zo snel mogelijk op te vullen.

    Ik ging zoeken.

    Nadenken.

    Mogelijkheden onderzoeken.

    Plannen maken.

    Dat leek actief en verstandig.

    Maar onder die activiteit zat ook onrust.

    De leegte voelde niet prettig. Alsof ik stilstond. Alsof ik tijd verspilde. Alsof er iets mis was zolang ik geen nieuwe bestemming had gekozen.

    Hoe harder ik probeerde een antwoord te vinden, hoe verder het antwoord van me af leek te raken.

    Er ontstond weerstand.

    Niet omdat er niets nieuws mogelijk was.

    Maar omdat ik iets probeerde af te dwingen wat tijd nodig had.

    Loslaten is niet hetzelfde als achterlaten

    We kunnen iets praktisch beëindigen zonder het werkelijk los te laten.

    Je kunt stoppen met een baan, maar jezelf nog steeds beoordelen op basis van de status die eraan verbonden was.

    Je kunt een relatie beëindigen, maar in gedachten gesprekken blijven voeren die nooit meer zullen plaatsvinden.

    Je kunt afscheid nemen van een oude droom, maar jezelf blijven verwijten dat je hem niet hebt waargemaakt.

    Loslaten betekent daarom niet dat iets nooit belangrijk is geweest.

    Het betekent ook niet dat je er geen verdriet, teleurstelling of twijfel meer over mag voelen.

    Loslaten betekent erkennen dat iets zijn tijd heeft gehad.

    Dat het onderdeel van je leven mag blijven zonder de richting van je leven te blijven bepalen.

    Daarvoor is acceptatie nodig.

    Niet de passieve acceptatie van: het zal allemaal wel.

    Maar de eerlijke erkenning:

    Dit is waar ik nu ben.

    De leegte wil niet meteen gevuld worden

    Wanneer het oude verdwijnt, ontstaat er een vacuüm.

    En een vacuüm roept spanning op.

    We willen het vullen.

    Met werk.

    Met plannen.

    Met afleiding.

    Met een nieuwe relatie.

    Met een volgend project.

    Soms zelfs met een nieuwe versie van onszelf.

    Maar misschien hoeft die leegte niet onmiddellijk opgelost te worden.

    Misschien heeft ze een functie.

    In de leegte kunnen oude overtuigingen hun vanzelfsprekendheid verliezen.

    Je kunt ontdekken welke verlangens werkelijk van jou zijn en welke vooral verbonden waren aan verwachtingen van anderen.

    Je merkt wat je mist.

    Maar ook wat je helemaal niet mist.

    Langzaam ontstaat er ruimte voor iets wat je vooraf niet had kunnen bedenken.

    Niet ondanks het vacuüm.

    Maar dankzij het vacuüm.

    Een lege akker is niet nutteloos

    We beoordelen een periode vaak op wat ze zichtbaar oplevert.

    Resultaten.

    Besluiten.

    Vooruitgang.

    Maar niet iedere belangrijke ontwikkeling is direct zichtbaar.

    Een akker die een seizoen braak ligt, lijkt van buiten misschien ongebruikt.

    Toch gebeurt er iets.

    De bodem herstelt.

    Er ontstaat opnieuw vruchtbaarheid.

    Niet alles hoeft voortdurend te produceren om waardevol te zijn.

    Dat geldt misschien ook voor mensen.

    Een periode waarin je niet precies weet wat je wilt, is niet automatisch een verloren periode.

    Misschien ben je niet verdwaald.

    Misschien ben je aan het loskomen van een richting die niet langer bij je past.

    Het nieuwe laat zich niet bevelen

    Een nieuwe levensfase ontstaat zelden op commando.

    Je kunt jezelf niet dwingen om ergens enthousiast over te zijn.

    Je kunt geen betekenis produceren omdat er toevallig ruimte in je agenda is ontstaan.

    En je kunt niet besluiten dat je vanaf maandag precies weet hoe de rest van je leven eruit moet zien.

    Wat je wel kunt doen, is aandachtig blijven.

    Waar ontstaat beweging?

    Waar voel je nieuwsgierigheid?

    Wat geeft een klein beetje energie?

    Welk gesprek blijft bij je hangen?

    Welke gedachte komt steeds terug zonder dat je haar bewust oproept?

    Misschien begint het nieuwe niet met een groot inzicht.

    Misschien begint het met iets kleins.

    Een ontmoeting.

    Een idee.

    Een eerste stap waarvan je nog niet weet waar die toe leidt.

    Accepteren is niet opgeven

    Accepteren dat je het even niet weet, betekent niet dat je je leven opgeeft.

    Het betekent dat je stopt met vechten tegen de fase waarin je je bevindt.

    Dat kan juist veel energie vrijmaken.

    Zolang je vindt dat je al verder had moeten zijn, ben je voortdurend in conflict met de werkelijkheid.

    Je bent niet alleen zoekende.

    Je veroordeelt jezelf ook nog omdat je zoekende bent.

    Pas wanneer dat oordeel zachter wordt, ontstaat er ruimte om werkelijk te kijken.

    Niet naar wat je denkt te moeten willen.

    Maar naar wat er langzaam wil ontstaan.

    Niet alles hoeft meteen betekenis te hebben

    Achteraf kunnen we vaak een duidelijk verhaal maken van een overgang.

    We zeggen:

    Dat moest blijkbaar gebeuren.

    Of:

    Daardoor ben ik uiteindelijk hier terechtgekomen.

    Maar midden in zo’n periode voelt het zelden zo overzichtelijk.

    Dan is er vooral onzekerheid.

    Misschien verdriet.

    Soms verveling.

    En de vraag hoe lang dit nog gaat duren.

    Niet iedere dag in een transitie hoeft daarom betekenisvol te voelen.

    Je hoeft niet voortdurend lessen te trekken.

    Je hoeft niet van ieder verlies onmiddellijk groei te maken.

    Soms is iets gewoon voorbij.

    En soms weet je nog niet wat ervoor terugkomt.

    Dat mag ook waar zijn.

    Ruimte voor wat je nog niet kent

    Ik heb geleerd dat ik niet iedere leegte direct hoef te vullen.

    Dat weerstand soms geen teken is dat ik harder moet duwen, maar dat ik te snel probeer te gaan.

    Een transitie heeft zijn eigen tempo.

    Eerst is er iets om los te laten.

    Daarna een periode waarin er misschien weinig lijkt te gebeuren.

    En pas dan kan er iets nieuws zichtbaar worden.

    Niet altijd spectaculair.

    Niet altijd in de vorm die je had verwacht.

    Maar vaak wel passender bij wie je inmiddels bent geworden.

    Misschien sta jij ook tussen twee fases in.

    Je weet dat het oude niet meer werkt, maar je ziet het nieuwe nog niet.

    Probeer die ruimte dan niet meteen als een probleem te behandelen.

    Vraag jezelf niet alleen:

    Wat moet ik nu gaan doen?

    Maar ook:

    Wat mag hier eerst tot rust komen?

    Want soms ontstaat een nieuw leven niet doordat je harder zoekt.

    Soms ontstaat het doordat je lang genoeg ruimte laat voor iets wat je nog niet kent.

  • Wat drijft jou eigenlijk?

    Zes menselijke behoeften als spiegel voor de keuzes die je maakt

    Waarom doen we wat we doen?

    Waarom blijft de één jarenlang in dezelfde baan, terwijl een ander alles achter zich laat en opnieuw begint?

    Waarom zoeken we soms avontuur, maar verlangen we een paar weken later alweer naar rust en voorspelbaarheid?

    En waarom willen we graag bijzonder zijn, maar tegelijkertijd ergens bij horen?

    Tony Robbins beschrijft hiervoor een interessant model: de Six Human Needs.

    Niet als antwoord op alles wat menselijk gedrag bepaalt, maar wat mij betreft wel als een mooie spiegel om naar jezelf en je keuzes te kijken.

    Zes behoeften

    Volgens dit model spelen zes behoeften een belangrijke rol in ons leven.

    Zekerheid
    We willen ons veilig voelen. Weten waar we aan toe zijn. Een inkomen, een thuis, gezondheid, structuur en mensen op wie we kunnen vertrouwen.

    Variatie
    Tegelijkertijd willen we verandering. Nieuwe ervaringen. Verrassing. Uitdaging. Avontuur.

    Erkenning
    We willen ertoe doen. Gezien worden. Van betekenis zijn en ervaren dat wat we doen waarde heeft.

    Liefde en verbinding
    We willen ergens bij horen. Liefhebben en geliefd worden. Vriendschap, intimiteit en verbondenheid ervaren.

    En dan zijn er nog twee andere behoeften:

    Groei
    Leren. Ontwikkelen. Ontdekken dat er meer in je zit dan je dacht.

    Bijdragen
    Niet alleen met jezelf bezig zijn, maar iets betekenen voor een ander of voor iets dat groter is dan jijzelf.

    Als ik naar mijn eigen leven kijk, herken ik ze allemaal.

    Maar vooral de spanning ertussen vind ik interessant.

    We willen zekerheid én avontuur

    Zekerheid en variatie trekken bijvoorbeeld in tegengestelde richtingen.

    We willen zekerheid.

    Maar stel je een leven voor waarin werkelijk alles zeker is.

    Je weet precies hoe morgen verloopt.

    En volgende week.

    En volgend jaar.

    Geen verrassingen. Geen risico. Geen verandering.

    Veilig?

    Absoluut.

    Maar ik denk ook: behoorlijk saai.

    Aan de andere kant klinkt een leven vol avontuur aantrekkelijk. Iedere dag iets nieuws. Geen verplichtingen. Geen vaste structuur.

    Totdat je nergens meer op kunt bouwen.

    We hebben blijkbaar beide nodig.

    Het interessante is daarom niet welke van de twee beter is.

    De interessantere vraag is:

    Hoeveel ruimte geef jij ze allebei?

    Gezien worden of erbij horen?

    Een vergelijkbare spanning zie je tussen erkenning en verbinding.

    We willen ons onderscheiden.

    Goed zijn in ons werk. Iets bereiken. Gezien worden om wie we zijn of wat we kunnen.

    Maar we willen ook bij de groep horen.

    En juist daar kan het gaan wringen.

    Hoe harder je probeert jezelf te bewijzen, hoe moeilijker het soms wordt om werkelijk verbinding te maken.

    Want verbinding vraagt niet om indruk maken.

    Verbinding vraagt dat je jezelf laat zien.

    Ook zonder prestaties.

    Ook zonder succes.

    Ook zonder applaus.

    Misschien ligt daar een interessante vraag:

    Wil ik op dit moment gezien worden, of wil ik werkelijk gekend worden?

    Dat is niet hetzelfde.

    Wanneer één behoefte het stuur overneemt

    Geen van deze behoeften is volgens mij verkeerd.

    Ook behoefte aan zekerheid niet.

    Ik schrijf regelmatig over je hart volgen, het onbekende aangaan en buiten je comfortzone stappen. Maar een leven zonder enige zekerheid vind ik helemaal niet aantrekkelijk.

    Het probleem ontstaat eerder wanneer één behoefte zoveel ruimte inneemt dat de rest nauwelijks meer kan ademen.

    Als zekerheid allesbepalend wordt, durf je misschien niets nieuws meer te proberen.

    Als variatie allesbepalend wordt, bouw je misschien nergens iets op.

    Als erkenning je belangrijkste drijfveer wordt, heb je voortdurend bevestiging nodig.

    En als erbij horen te belangrijk wordt, bestaat het risico dat je jezelf aanpast om maar niet buiten de groep te vallen.

    Daarom spreekt het idee van een midden mij aan.

    Niet als een perfect evenwicht dat je moet bereiken.

    Maar als een plek waar je niet langer volledig door één behoefte wordt bestuurd.

    En dan ontstaat er ruimte voor groei

    De laatste twee behoeften uit het model vind ik misschien wel de interessantste:

    groei en bijdragen.

    Want wanneer je niet voortdurend bezig bent jezelf veilig te houden, te vermaken, te bewijzen of geaccepteerd te krijgen, ontstaat er ruimte.

    Om te leren.

    Om jezelf te ontwikkelen.

    Om iets nieuws te proberen.

    Om iets voor iemand anders te betekenen.

    Misschien zit daar voor mij uiteindelijk ook een belangrijk deel van een rijk leven.

    Niet alleen:

    Wat heb ik nodig?

    Maar ook:

    Wie kan ik worden?

    En:

    Wat kan ik bijdragen?

    Stel jezelf betere vragen

    Daarmee komen we bij iets wat ik in coaching minstens zo interessant vind als het model zelf.

    De vragen die we onszelf stellen.

    Want veel van onze vragen ontstaan vanuit de situatie waarin we nu zitten.

    Waarom lukt dit mij niet?

    Waarom twijfel ik altijd zo?

    Wat als het misgaat?

    Waarom weet ik niet wat ik wil?

    Het probleem met zulke vragen is dat je brein braaf naar antwoorden gaat zoeken.

    Vraag jezelf waarom iets niet lukt en je vindt waarschijnlijk tien redenen waarom het inderdaad niet lukt.

    Misschien moeten we onszelf daarom af en toe een vraag stellen die ons dwingt om vanuit een andere positie te kijken.

    Bijvoorbeeld:

    Als ik vanuit rust kijk naar mijn meest geslaagde leven, wat zie ik dan in mezelf waarvan ik niet wist dat het beschikbaar was?

    Lees die vraag nog eens.

    Niet:

    Kan ik veranderen?

    Maar:

    Wat zie ik in mezelf?

    Daarmee ga je er al vanuit dat er iets te ontdekken valt.

    Niet:

    Zou mijn leven anders kunnen zijn?

    Maar:

    Mijn meest geslaagde leven.

    Je verplaatst jezelf in gedachten alvast naar een andere plek.

    En niet:

    Wat mis ik?

    Maar:

    Wat was blijkbaar al in mij aanwezig zonder dat ik het zag?

    Dat is een wezenlijk andere manier van kijken.

    Je vragen bepalen waar je kijkt

    Een goede vraag geeft je niet automatisch een goed leven.

    Zo eenvoudig werkt het natuurlijk niet.

    Maar een goede vraag kan wel je aandacht verschuiven.

    Van angst naar mogelijkheden.

    Van tekort naar potentieel.

    Van controleren naar onderzoeken.

    En misschien zelfs van:

    Wie ben ik nu eenmaal?

    naar:

    Wie zou ik kunnen worden?

    Ik geloof steeds meer dat daar iets belangrijks zit.

    We besteden ontzettend veel tijd aan het zoeken naar antwoorden.

    Misschien zouden we wat vaker stil moeten staan bij de vragen.

    Want soms heb je geen beter antwoord nodig.

    Je hebt een betere vraag nodig.

  • Done is better than perfect

    Ik hou ervan als dingen goed zijn.

    Sterker nog: ik vind het moeilijk om iets af te leveren waarvan ik weet dat het nóg beter kan.

    Nog even aanpassen.

    Nog één keer nalezen.

    Misschien toch een andere aanpak.

    Dat streven naar kwaliteit heeft me veel gebracht. Maar het is ook een valkuil.

    Want wanneer is iets eigenlijk af?

    Van een 8 naar een 10

    Ik heb lang de neiging gehad om voor een 10 te gaan.

    Waarom genoegen nemen met een 8 als je weet dat er meer in zit?

    Het probleem is alleen dat de weg van een 8 naar een 10 vaak minstens zoveel tijd en energie kost als de weg van niets naar een 8.

    En dan wordt de rekensom ineens interessant.

    In de tijd waarin ik één ding van een 8 naar een 10 probeer te krijgen, had ik misschien ook iets compleet nieuws kunnen maken dat óók een 8 is.

    Twee goede dingen.

    In plaats van één bijna perfect ding.

    Die gedachte heeft mijn kijk op perfectionisme behoorlijk veranderd.

    Perfectionisme vermomt zich graag als kwaliteit

    Dat maakt perfectionisme zo verraderlijk.

    Het klinkt namelijk heel verantwoord.

    “Ik wil gewoon goed werk leveren.”

    En daar is natuurlijk niets mis mee.

    Maar soms is dat niet het hele verhaal.

    Soms is perfectionisme ook uitstel.

    Twijfel.

    De behoefte aan controle.

    Of de angst dat iemand iets van je werk vindt zodra je het loslaat.

    Zolang iets niet af is, kan het immers ook nog niet echt beoordeeld worden.

    Dus blijf je schaven.

    En schaven.

    Terwijl het misschien allang goed genoeg was.

    Goed genoeg is niet hetzelfde als middelmatig

    Dat heb ik zelf moeten leren.

    Een 8 afleveren voelde soms alsof ik genoegen nam met minder.

    Maar een bewuste 8 is iets heel anders dan half werk leveren.

    Een 8 kan uitstekend zijn.

    Degelijk.

    Professioneel.

    Waardevol.

    Precies goed voor wat op dat moment nodig is.

    De vraag is dus niet altijd:

    Kan dit nog beter?

    Want het antwoord daarop is bijna altijd ja.

    De veel belangrijkere vraag is:

    Moet dit nog beter?

    Soms is een 10 wél nodig

    Natuurlijk pleit ik niet voor een leven vol zesjes.

    Er zijn dingen waarbij details ertoe doen. Waarbij fouten grote gevolgen kunnen hebben. Waarbij vakmanschap juist betekent dat je doorgaat totdat het echt klopt.

    En er zijn dingen die voor jou persoonlijk zo belangrijk zijn dat je er met liefde buitensporig veel tijd in stopt.

    Prima.

    Ga voor die 10.

    Maar doe het bewust.

    Want als alles een 10 moet zijn, wordt perfectionisme geen kwaliteitsstandaard meer.

    Dan wordt het een manier van leven.

    En dat kost ontzettend veel energie.

    De kunst van iets afmaken

    Er zit iets bevrijdends in besluiten:

    Dit is goed.

    Punt.

    Niet omdat er niets meer aan verbeterd kan worden.

    Maar omdat verdere verbetering op dit moment niet genoeg toevoegt.

    Daarvoor moet je iets kunnen loslaten.

    Je eigen verwachtingen.

    Je behoefte aan controle.

    En misschien ook het idee dat wat jij maakt iets zegt over wie jij bent.

    Een fout maakt jou niet minder goed.

    Een project dat een 8 is, maakt jou geen 8.

    Het is gewoon iets wat je hebt gemaakt.

    En nu mag het de wereld in.

    Klaar creëert ruimte

    Dat is misschien wel wat ik het belangrijkste ben gaan vinden.

    Iets afmaken geeft ruimte.

    Letterlijk, omdat het van je lijstje verdwijnt.

    Maar vooral in je hoofd.

    Je kunt verder.

    Iets nieuws proberen.

    Een idee uitvoeren.

    Ervaren wat werkt en wat niet werkt.

    En juist daarin zit ontwikkeling.

    Want van tien dingen daadwerkelijk doen leer je waarschijnlijk meer dan van één ding eindeloos perfectioneren.

    Misschien wordt nummer elf daardoor vanzelf een 9.

    Mijn nieuwe maatstaf

    Ik probeer mezelf daarom tegenwoordig een andere vraag te stellen.

    Niet:

    Is het perfect?

    Maar:

    Is het goed genoeg voor het doel waarvoor ik het maak?

    Als het antwoord ja is, probeer ik het los te laten.

    Dat lukt me lang niet altijd.

    De neiging om toch nog even iets aan te passen zit er nog steeds.

    Maar ik herken hem eerder.

    En steeds vaker denk ik:

    Het is een 8.

    Het doet wat het moet doen.

    Klaar.

    Op naar de volgende 8.

  • De 80/20-regel – Minder doen, meer leven

    Meer doen.

    We lijken er bijna allemaal last van te hebben.

    Meer werken. Meer sporten. Meer plannen. Meer sociale contacten. Meer doelen. Meer spullen. Meer informatie.

    En als iets niet lukt?

    Dan proberen we vaak nóg meer te doen.

    Ik heb zelf steeds meer ontdekt dat de oplossing meestal niet zit in meer.

    Maar in beter kiezen.

    Daarbij vind ik de 80/20-regel een interessante manier om naar mijn leven te kijken.

    Wat is de 80/20-regel?

    De 80/20-regel wordt ook wel het Pareto-principe genoemd.

    Het idee is eenvoudig: een relatief klein deel van wat je doet, zorgt vaak voor een groot deel van het resultaat.

    Die verhouding hoeft natuurlijk niet letterlijk 80/20 te zijn.

    Daar gaat het mij ook niet om.

    Het interessante zit in de vraag erachter:

    Welke dingen in mijn leven doen er werkelijk toe?

    Want als je daar eerlijk naar kijkt, blijken dat er vaak verrassend weinig te zijn.

    We vullen ons leven gemakkelijk met bijzaken

    Een dag kan ontzettend druk zijn zonder dat je aan het einde het gevoel hebt dat je iets wezenlijks hebt gedaan.

    Mail beantwoorden.

    Nieuws lezen.

    Social media.

    Administratie.

    Boodschappen.

    Nog even iets opzoeken.

    Een afspraak waar je eigenlijk geen zin in hebt.

    Voor je het weet is de dag voorbij.

    En het gekke is: al die dingen kunnen op dat moment belangrijk voelen.

    Maar zijn ze dat ook?

    Dat onderscheid ben ik steeds interessanter gaan vinden.

    Niet:

    Wat kan ik vandaag allemaal doen?

    Maar:

    Wat maakt vandaag werkelijk verschil?

    Niet alles verdient evenveel aandacht

    We behandelen onze activiteiten vaak alsof ze allemaal ongeveer even belangrijk zijn.

    Maar dat zijn ze niet.

    Een goed gesprek met iemand van wie je houdt kan waardevoller zijn dan tien oppervlakkige contacten.

    Een uur geconcentreerd werken kan meer opleveren dan een hele dag achter je computer zitten.

    Een paar goede gewoontes kunnen meer voor je gezondheid betekenen dan twintig kleine optimalisaties.

    En één beslissing kan soms meer veranderen dan maandenlang nadenken.

    Toch besteden we ontzettend veel tijd aan die andere 80 procent.

    Misschien omdat die gemakkelijker is.

    Kleine dingen afvinken geeft een prettig gevoel.

    Je bent bezig.

    Maar bezig zijn is niet hetzelfde als vooruitgaan.

    De 80/20-regel gaat ook over energie

    Ik kijk daarbij niet alleen naar resultaat.

    Ik vind energie minstens zo interessant.

    Welke mensen geven mij energie?

    Van welk werk krijg ik energie?

    Welke activiteiten zorgen ervoor dat ik me levendig voel?

    Waar word ik nieuwsgierig van?

    En andersom:

    Waar loopt mijn energie voortdurend weg?

    Dat zijn confronterende vragen.

    Want soms ontdek je dat iets waar je veel tijd aan besteedt, eigenlijk maar heel weinig toevoegt.

    Misschien zelfs al jaren.

    Dan wordt de 80/20-regel ineens meer dan een trucje om productiever te worden.

    Het wordt een manier om naar je leven te kijken.

    Wat mag er weg?

    We zijn gewend om bij verandering vooral te denken aan toevoegen.

    Een nieuwe gewoonte.

    Een nieuwe cursus.

    Een nieuw doel.

    Een nieuwe uitdaging.

    Maar misschien is een veel interessantere vraag:

    Waar kan ik mee stoppen?

    Wat doe ik uit gewoonte?

    Wat doe ik omdat anderen het van mij verwachten?

    Wat houd ik in stand terwijl ik diep van binnen allang weet dat het me weinig meer brengt?

    Dat kan iets kleins zijn.

    Maar soms is het iets groots.

    Werk.

    Een rol die je jezelf hebt aangemeten.

    Een manier van leven.

    Een overtuiging over hoe je leven eruit zou moeten zien.

    Loslaten creëert ruimte.

    En pas als er ruimte ontstaat, kan er iets nieuws ontstaan.

    Minder, maar beter

    Voor mij betekent de 80/20-regel daarom niet dat ik zo efficiënt mogelijk door mijn leven wil racen.

    Juist niet.

    Ik wil niet méér uit een dag persen.

    Ik wil meer ruimte overhouden voor de dingen die ertoe doen.

    Voor mensen.

    Voor bewegen.

    Voor buiten zijn.

    Voor een goed gesprek.

    Voor nieuwe ervaringen.

    En soms gewoon voor helemaal niets.

    Want ook nietsdoen hoeft niet productief te zijn.

    Misschien is dat uiteindelijk de grootste winst van 80/20:

    dat je niet probeert alles te doen.

    Maar bewust kiest wat je wél wilt doen.

    Kijk eens naar je eigen 20 procent

    Stel jezelf eens een paar vragen.

    Welke 20 procent van je werk geeft je de meeste voldoening?

    Welke mensen betekenen werkelijk iets voor je?

    Welke activiteiten maken je gelukkig?

    Welke gewoontes hebben de grootste positieve invloed op hoe je je voelt?

    En misschien de moeilijkste:

    Aan welke 80 procent besteed je ontzettend veel tijd, terwijl het je eigenlijk maar weinig brengt?

    Je hoeft daar niet meteen drastische conclusies aan te verbinden.

    Begin eens met kijken.

    Met schrappen.

    Met nee zeggen.

    Met één ding minder doen.

    En gebruik de ruimte die ontstaat niet automatisch om er iets nieuws voor in de plaats te zetten.

    Laat die ruimte eens bestaan.

    Want een rijk leven ontstaat volgens mij niet doordat je zoveel mogelijk in je leven stopt.

    Het ontstaat doordat je steeds beter ontdekt wat voor jou werkelijk van waarde is.

    Minder doen. Bewuster kiezen. Meer leven.

  • Vertrouwen – Je hoeft niet te weten waar je uitkomt

    In mijn leven heb ik een aantal keren een keuze gemaakt zonder te weten waar die me zou brengen.

    Soms zelfs een keuze waarbij ik mijn leven behoorlijk overhoop gooide.

    Mijn verstand wilde zekerheid. Een plan. Weten wat de consequenties waren en waar ik over een jaar zou staan.

    Maar die zekerheid was er niet.

    Wat er wel was, was een sterk gevoel dat ik de juiste richting koos.

    En vertrouwen.

    Niet het vertrouwen dat alles precies zou gaan zoals ik hoopte.

    Maar het vertrouwen dat ik onderweg wel zou ontdekken wat de volgende stap moest zijn.

    We willen zo graag zekerheid

    We proberen ons leven graag onder controle te houden.

    We maken plannen. Denken vooruit. Proberen risico’s uit te sluiten en willen het liefst vooraf weten of een keuze de juiste is.

    Dat is begrijpelijk.

    Zekerheid voelt veilig.

    Maar het leven laat zich maar beperkt plannen.

    Je kunt eindeloos nadenken over een andere baan, een relatie, een verhuizing, een eigen bedrijf of een compleet andere invulling van je leven.

    Je kunt lijstjes maken met voors en tegens.

    Met anderen praten.

    Nog een nachtje slapen.

    En nóg een nachtje.

    Maar uiteindelijk komt er een moment waarop je moet kiezen zonder te weten hoe het verhaal afloopt.

    Misschien is dat wel waar vertrouwen begint.

    Vertrouwen is iets anders dan optimisme

    “Het komt wel goed.”

    Ik heb dat zelf vaak gedacht.

    Maar eigenlijk klopt die uitspraak niet helemaal.

    Want soms komt iets helemaal niet goed zoals je het had bedacht.

    Een plan mislukt.

    Een keuze pakt anders uit.

    Een deur waarvan je dacht dat hij open zou gaan, blijft dicht.

    Vertrouwen betekent voor mij daarom niet dat ik geloof dat alles vanzelf goedkomt.

    Het betekent dat ik erop vertrouw dat ik wel een manier vind om ermee om te gaan.

    Dat ik opnieuw kan kiezen.

    Dat ik kan bijsturen.

    Dat er na een verkeerde afslag altijd weer een volgende weg komt.

    Dat is een heel ander soort zekerheid.

    Niet de zekerheid over wat er gaat gebeuren.

    Maar vertrouwen in jezelf.

    De eerste stap is genoeg

    Wanneer we voor een grote verandering staan, willen we vaak de hele route kunnen overzien.

    Maar dat kan bijna nooit.

    En misschien hoeft het ook niet.

    Ik heb geleerd om soms bewust niet te ver vooruit te kijken.

    Wat voelt nu goed?

    Wat is de eerstvolgende stap?

    En vervolgens kijk ik opnieuw.

    Dat klinkt misschien eenvoudig, maar voor iemand die graag controle houdt is dat behoorlijk spannend.

    Je laat namelijk een deel van de zekerheid los.

    Daarvoor krijg je iets anders terug:

    ruimte.

    Ruimte om onderweg nieuwe mogelijkheden te zien die je vanaf het vertrekpunt helemaal niet kon bedenken.

    Vertrouwen groeit door te doen

    Zelfvertrouwen ontstaat volgens mij niet door tegen jezelf te zeggen dat je iets kunt.

    Het ontstaat door ervaringen.

    Door iets te doen wat je spannend vindt.

    Door een onbekende situatie in te stappen.

    Door soms op je bek te gaan.

    En vervolgens te ontdekken:

    Hé, ik ben er nog.

    Elke keer dat je dat doet, verschuift er iets.

    Je comfortzone wordt groter.

    De volgende stap voelt iets minder bedreigend.

    Niet omdat je minder risico loopt, maar omdat je steeds meer bewijs verzamelt dat je met onzekerheid kunt omgaan.

    Dat is misschien wel de paradox.

    We wachten vaak op vertrouwen voordat we iets durven.

    Terwijl vertrouwen juist ontstaat nadat we iets hebben gedurfd.

    Van controle naar vertrouwen

    Voor mij is dat een belangrijk onderdeel geworden van hoe ik probeer te leven.

    Minder controleren.

    Meer voelen.

    Niet alles vooraf willen oplossen.

    Niet voortdurend bezig zijn met wat er over zes maanden of drie jaar moet gebeuren.

    Dat betekent niet dat ik nooit meer twijfel.

    Natuurlijk wel.

    Mijn hoofd kan nog steeds uitstekend allerlei scenario’s bedenken waarom iets misschien geen goed idee is.

    Maar ik hoef niet meer naar ieder scenario te luisteren.

    Soms mag mijn verstand op de passagiersstoel zitten.

    En mijn gevoel achter het stuur.

    Het leven laat zich niet vooraf beleven

    Misschien houden we onszelf soms tegen omdat we denken dat we eerst zeker moeten weten dat iets gaat lukken.

    Maar daarmee draaien we het eigenlijk om.

    Je kunt pas ontdekken wat een keuze je brengt door hem te maken.

    Je kunt pas ervaren hoe het is om een ander leven te leiden door dat leven binnen te stappen.

    En je kunt pas ontdekken waartoe je in staat bent door jezelf af en toe in een situatie te brengen waarvan je de afloop niet kent.

    Daar zit onzekerheid.

    Maar daar zit ook het leven.

    Een uitnodiging

    Misschien sta jij op dit moment ook ergens voor.

    Een keuze.

    Een verlangen.

    Een verandering waarvan je diep van binnen eigenlijk al weet dat je hem wilt, terwijl je hoofd nog naar garanties zoekt.

    Vraag jezelf dan eens af:

    Moet ik werkelijk weten hoe dit afloopt voordat ik de eerste stap zet?

    En misschien nog belangrijker:

    Wat zou ik doen als ik erop vertrouwde dat ik onderweg wel een oplossing vind?

    Je hoeft niet roekeloos te zijn.

    Je hoeft niet alles achter je te laten.

    En je hoeft zeker niet iedere impuls te volgen.

    Maar je hoeft ook niet te wachten totdat alle onzekerheid verdwenen is.

    Want die dag komt waarschijnlijk niet.

    Volg je gevoel.

    Durf de eerste stap te zetten.

    En vertrouw erop dat je sterk genoeg bent om onderweg de volgende te vinden.

  • Durf te leven

    Soms vraag ik me af hoeveel mensen een leven leiden dat eigenlijk niet helemaal bij hen past.

    Ze functioneren prima. Hebben een baan, een huis, een vast ritme. Van buiten lijkt alles op orde.

    Maar diep van binnen knaagt er iets.

    Een stemmetje dat zegt: Is dit het nou?

    En toch verandert er niets.

    Niet omdat mensen lui zijn. Integendeel. Vaak werken ze hard. Ze zorgen goed voor anderen. Ze nemen hun verantwoordelijkheden serieus.

    Maar ze blijven waar ze zijn.

    Uit angst.

    Uit behoefte aan zekerheid.

    Omdat het bekende veiliger voelt dan het onbekende.

    De mooiste dingen lagen buiten mijn comfortzone

    Als ik terugkijk op mijn eigen leven, zijn de momenten waarop ik het meest gegroeid ben, juist de momenten waarop ik niet wist hoe het zou aflopen.

    Ik heb meerdere keren een drastische keuze gemaakt.

    Een andere richting gekozen.

    Werk losgelaten.

    Opnieuw begonnen.

    Niet omdat ik precies wist waar ik uit zou komen, maar omdat ik voelde dat ik niet langer op dezelfde plek kon blijven.

    Mijn hoofd had genoeg bezwaren.

    Mijn hart zei simpelweg: Ga.

    En achteraf bleken juist die keuzes de mooiste hoofdstukken van mijn leven te worden.

    Je hoeft de hele route niet te kennen

    We denken vaak dat we eerst zekerheid nodig hebben voordat we een stap kunnen zetten.

    Een compleet plan.

    Een garantie dat het goed komt.

    Maar zo werkt het leven zelden.

    Toen ik mijn keuzes maakte, wist ik ook niet precies wat er zou gebeuren.

    Ik wist alleen dat de eerste stap klopte.

    En soms is dat genoeg.

    Je hoeft de hele trap niet te zien om de eerste trede te nemen.

    Vertrouwen ontstaat niet doordat je alle antwoorden hebt.

    Vertrouwen ontstaat doordat je ontdekt dat je onderweg steeds weer een volgende stap kunt zetten.

    Angst is een slechte stuurman

    Angst heeft een belangrijke functie.

    Ze wil je beschermen.

    Maar als angst al je beslissingen bepaalt, wordt je wereld steeds kleiner.

    Dan kies je voor zekerheid, terwijl je eigenlijk verlangt naar avontuur.

    Dan blijf je in werk dat je leegzuigt.

    In gewoontes die niet meer passen.

    Of in een leven waarvan je diep van binnen voelt dat er meer in zit.

    Niet omdat het goed voelt.

    Maar omdat het vertrouwd voelt.

    En dat is iets heel anders.

    Leven begint waar controle eindigt

    Ik geloof niet dat geluk ontstaat door alles perfect te plannen.

    Ik geloof dat geluk ontstaat door jezelf toe te staan om ervaringen op te doen.

    Door nieuwsgierig te blijven.

    Door soms “ja” te zeggen voordat je precies weet hoe.

    Door fouten te durven maken.

    Door opnieuw te beginnen.

    Door jezelf steeds opnieuw uit te vinden.

    Juist daar gebeurt iets bijzonders.

    Je ontdekt dat je veel veerkrachtiger bent dan je dacht.

    Een rijk leven

    Als mensen mij vragen wat die keuzes mij hebben gebracht, denk ik niet als eerste aan succes.

    Ik denk aan ervaringen.

    Aan ontmoetingen.

    Aan reizen.

    Aan mensen die ik anders nooit had leren kennen.

    Aan lessen die geen boek mij had kunnen leren.

    Mijn leven is rijker geworden.

    Niet omdat alles gemakkelijk was.

    Maar omdat ik het ben aangegaan.

    Elke keer dat je iets doet wat spannend is, groeit je wereld een beetje.

    Je comfortzone wordt groter.

    En misschien nog belangrijker: het vertrouwen in jezelf groeit.

    Je ontdekt dat je meer aankunt dan je ooit had gedacht.

    Een uitnodiging

    Misschien hoef je vandaag geen rigoureuze beslissing te nemen.

    Misschien hoef je alleen eerlijk te zijn tegen jezelf.

    Waar verlang je eigenlijk naar?

    Welke keuze stel je al maanden of misschien zelfs jaren uit?

    Welke eerste stap zou je kunnen zetten als angst even niet de hoofdrol speelde?

    Niet de stap die honderd procent zekerheid geeft.

    Maar de stap die klopt.

    Want uiteindelijk is de grootste onzekerheid misschien niet het onbekende.

    De grootste onzekerheid is terugkijken op je leven en je afvragen:

    “Wat als ik het gewoon had geprobeerd?”

    Durf te leven.

    Niet morgen.

    Niet als alles zeker is.

    Maar vandaag, met de eerste stap die je hart je ingeeft.

  • Go with the flow

    Waarom je hoofd niet altijd de beste raadgever is

    We leven in een wereld waarin we worden aangemoedigd om alles te analyseren. Voor- en nadelen afwegen. Plannen maken. Controle houden. Ook ik heb jarenlang gedacht dat de juiste beslissing altijd een logische beslissing moest zijn.

    Toch heb ik gemerkt dat de belangrijkste keuzes in mijn leven zelden vanuit mijn hoofd kwamen.

    Ze begonnen met een gevoel.

    Een onderbuikgevoel dat ik aanvankelijk negeerde. Omdat het niet rationeel was. Omdat ik het niet kon uitleggen. Omdat het niet in mijn zorgvuldig uitgedachte plan paste.

    Pas later ontdekte ik dat mijn intuïtie vaak eerder wist wat goed voor mij was dan mijn verstand.

    Wanneer iets voortdurend moeite kost

    Natuurlijk vraagt persoonlijke groei soms om doorzetten. Niet alles wat waardevol is, voelt gemakkelijk. Toch is er een verschil tussen gezonde uitdaging en voortdurend tegen de stroom in zwemmen.

    Misschien herken je het wel.

    Je bent continu aan het duwen en trekken. Je probeert iets passend te maken wat eigenlijk niet past. Je blijft investeren in werk dat geen energie meer geeft. Je blijft zoeken naar motivatie die maar niet komt.

    Vaak vertellen we onszelf dat we gewoon harder moeten werken.

    Maar wat als de vraag niet is hoe je harder kunt werken, maar of je nog wel de juiste richting op gaat?

    Soms kost iets zoveel energie omdat het niet het juiste moment is. Soms omdat het simpelweg niet jouw pad is.

    Hoofd versus hart

    Mijn hoofd is sterk in analyseren. Het ziet risico’s, maakt lijstjes en bedenkt allerlei scenario’s.

    Dat is een waardevolle kwaliteit.

    Maar mijn hoofd probeert ook zekerheid te creëren. En die bestaat lang niet altijd.

    Mijn intuïtie werkt anders. Die geeft geen uitgebreide argumenten. Geen PowerPoint-presentatie. Geen sluitend bewijs.

    Het geeft slechts een rustig gevoel van: dit klopt.

    Of juist: hier klopt iets niet.

    Het bijzondere is dat ik achteraf bijna altijd kan terugzien dat mijn eerste gevoel juist was. Alleen had mijn hoofd er inmiddels zoveel verhalen omheen bedacht dat ik eraan ging twijfelen.

    Leven vanuit flow

    Voor mij betekent “go with the flow” niet dat je achterover leunt en afwacht.

    Het betekent dat je leert luisteren.

    Naar wat energie geeft.

    Naar waar nieuwsgierigheid ontstaat.

    Naar wat als vanzelf lijkt te bewegen.

    Wanneer ik vanuit die flow leef, merk ik dat dingen minder geforceerd voelen. Er ontstaan ontmoetingen, kansen en ideeën die ik niet had kunnen plannen. Alsof er ruimte ontstaat doordat ik minder probeer alles te controleren.

    Dat betekent niet dat alles makkelijk wordt.

    Wel dat de inspanning betekenis krijgt.

    Controle loslaten

    Misschien is dit wel de moeilijkste les geweest.

    Ik dacht lange tijd dat controle veiligheid gaf.

    In werkelijkheid kostte die controle vooral veel energie.

    Hoe meer ik probeerde alles vast te houden, hoe verder ik af kwam te staan van wat ik werkelijk belangrijk vond.

    Pas toen ik durfde te vertrouwen op mijn gevoel, ontstond er meer rust. Niet omdat alle antwoorden er ineens waren, maar omdat ik niet meer voortdurend tegen mezelf aan het vechten was.

    Een uitnodiging

    Sta eens stil bij de volgende vragen:

    • Waar ben jij vooral aan het trekken en duwen?
    • Welke keuze voelt eigenlijk al heel lang niet meer goed?
    • Wat zou je doen als je iets meer op je intuïtie durfde te vertrouwen?
    • Waar ervaar je juist moeiteloosheid en energie?

    Misschien hoef je niet harder je best te doen.

    Misschien mag je simpelweg een andere richting kiezen.

    Want soms is de kortste weg niet degene die je met je hoofd hebt uitgestippeld, maar degene die je hart allang kent.